Kuuroord Baden

Kuuroord Baden

 

Baden bei Wien, gezien vanaf de omringende heuvels

 

Baden bij Wien is een slaperig stadje, bekend om zijn kuuroord. In 2016 bezocht ik het op een prachtige, zonnige dag, bijna te heet om rond te lopen. In de achttiende eeuw probeerde Constanze hier te herstellen van haar zwangerschappen en van de aandoening ulcus cruris; het open been.

 

Sinds de Romeinse tijd waren er al warme zwavelbronnen in Baden, de plaats heette in die tijd Aqua. In 869 wordt de naam Padun voor het eerst gebruikt om het plaatsje aan te duiden. Midden dertiende eeuw stond er naast de kerk een burcht die door de heren van Baden werd bewoond. In die tijd waren er ongeveer 600-800 inwoners die wijn produceerden en er vermoedelijk woonden vanwege de zwavelbaden. Invallen van de Turken in 1519, 1532 en 1683 verwoestten het stadje een paar keer.

 

De pestzuil, 18e eeuw
De pestzuil, nu

 

Op zoek naar sporen van Constanze of Wolfgang is het lastig om nog iets terug te vinden van het achttiende-eeuwse decor. De stad is namelijk in Biedermeier stijl opnieuw opgebouwd na een brand in 1812 die het centrum in puin legde. Op het plein staat nog wel de pestzuil van beeldhouwer Giovanni Stanetti die herinnert aan de pestdoden uit de zeventiende eeuw.

 

In het centrum van Baden bei Wien

 

Mijn man en ik dwaalden rond in de straten op zoek naar een huis dat Zum Blumenstock heette, waar Constanze in 1791 logeerde, maar we vonden het niet. Het is ook niet altijd belangrijk om alles terug te vinden, maar wel leuk als je het wél vindt.

 

Het huidige Casino, gebouwd bovenop de bron van het kuuroord

 

In dit geval vindt de scène in Baden die in De erfenis van Mozart terecht is gekomen plaats in een restaurant dat het Casino heette.

 

De Mozart tempel in het park
De Mozart buste

Het tegenwoordige casino is een speelhal in het Kurpark. Dat Kurpark herinnert ook totaal niet aan de achttiende eeuw, al is er wel een Mozart-tempel met buste van de componist. In Constanzes tijd waren de baden overigens wel op dezelfde plek als de huidige spa.

 

De Sankt Stephan in Baden
Een plaquette in de kerk herinnert aan Mozart en Stoll

 

Het dichtst bij de beide hoofdpersonen uit mijn boek voel ik me misschien nog wel in de Pfarrkirche (Sankt Stephan), waar een plakkaat hangt waarop staat dat Mozart hier in 1791 zijn beroemde Ave verum corpus (KV 618) componeerde. Een prachtig stukje muziek. Dat deed hij overigens niet in de kerk, maar wel in datzelfde huis Zum Blumenstock dat ik niet kon vinden.

 

Constanze en Wolfgang logeerden in augustus 1789 en in juni 1790 bij hun vrienden in de dienstwoning van Stoll, die schoolmeester en leider van het kerkkoor was. Op 13 juni 1790 voerde Stoll een mis (KV 272b) uit van Mozart in de Pfarrkirche. Mozart betaalde wel vaker vriendendiensten terug met muziek. Te weinig vrienden van de Mozarts hebben een weg gevonden naar mijn roman. Het was onmogelijk om al die personages uit te werken. Dat Mozart een goede band had met Stoll, blijkt overigens wel uit de speelse manier waarop hij hem aansprak in zijn brief van 12 juli 1791, natuurlijk rijmend: (waarna overigens wel weer een verzoek volgde.)

 

Liebster Stoll! Bester knoll!

Grosster Schroll!

Bist sternvoll!

Gelt, das Moll

Thut dir Wohl?

 

Ik ging uit Baden weg met een glimlach op mijn gezicht, denkend aan deze brief. Geen achttiende-eeuwse sporen misschien, maar ik wist op die zonnige dag wel ineens hoe de scène in Baden zou worden in mijn boek.

 

Reageren

Terug naar de blogpagina