Tegen de stroom in

 

Judith Leyster, zelfportret (1630). National Gallery of Art, Washington DC, USA

 

Het is nog niet zo lang geleden dat vrouwen moesten stoppen met werken als zij trouwden. Mijn eigen moeder was in de jaren zestig zo’n vrouw. Omdat mijn opa directeur was van een technische school, mocht zij als kleuterjuf het jaar nog afmaken toen ze met mijn vader in het huwelijk trad. Het jaar daarop werd ik geboren.

 

Al gauw ging mijn moeder weer aan het werk als invalster, tegen de stroom in van getrouwde vrouwen die voor de huishouding en de kinderen zorgden. Niets mis mee, maar mijn moeder had ook andere ambities.

 

En laatst kwam ik een vrouw tegen, iets ouder dan mijn moeder die het allerliefst historica was geworden. Dat was niet mogelijk maar ze was wel haar hele werkzame leven invalster op een lagere school geweest. Een eigen klas heeft ze nooit gekregen. Geschiedenis was haar uit de hand gelopen hobby en nu stond ze in de kerk van Middenbeemster geïnteresseerden te vertellen over de lokale geschiedenis van het dorp. Een bewonderingswaardige vrouw die op de één of andere manier gelukkig wel haar weg gevonden had.

 

Man geeft huishoudgeld aan zijn vrouw, 1951. Nationaal Archief/Spaarnestad, foto door P. Stuifbergen

 

Tegenwoordig is het nauwelijks voor te stellen dat je als vrouw gewoon het recht niet had om te werken als je een verbintenis aanging met een man.

 

Was het in de zeventiende eeuw anders? Ook in die tijd werkten vrouwen vooral binnenshuis en leidden het huishouden. Mannen waren meestal de kostwinner. Mochten zij komen te overlijden dan nam de weduwe als het mogelijk was de werkzaamheden van de gestorven echtgenoot over en kon zo in haar eigen onderhoud voorzien. In de praktijk kwam het er vaak op neer dat ze een meesterknecht aannamen en zelf het bedrijf aanvoerden. Trouwde een weduwe opnieuw dan viel ze weer onder het gezag van haar nieuwe echtgenoot en mocht zij het bedrijf niet langer voortzetten tenzij ze trouwde met iemand die hetzelfde beroep had.

 

Ongetrouwde vrouwen moesten luisteren naar hun vader of als hij gestorven was naar een voogd. Nogal wat vrouwen werkten trouwens mee in het bedrijf van hun familie. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij schilders.

 

Christine de Pisan geeft les aan een groep mannen, afbeelding uit haar verzameld werk (1413), in het bezit van de British Library.

 

Waren er dan geen vrouwen die ambities hadden? Natuurlijk wel. Sommigen lukte het om buiten de gebaande paden te treden, zoals Judith Leyster. Ondanks de mannelijke concurrentie hield zij haar hoofd boven water.

 

Ik wist onmiddellijk dat zij een voorbeeld zou worden voor mijn hoofdpersoon Hester. Een vrouw met een visie, een vrouw die tegen de stroom in zwemt.

 

Net als Judith Leyster, Jeanne D’Arc, Jacoba van Beieren, Christine de Pisan, Catharina de Grote, Hildegard van Bingen, koningin Victoria…enz.

 

Sterke vrouwen met een verhaal. Ook daarover gaat het in Tulpenliefde.

 

Meer lezen over de historische achtergrond van Tulpenliefde? Klik dan hier.

 

Reageren

Terug naar de blogpagina