Moderne tulpenkolder

Je wilt een verhaal schrijven over een schilderes in de zeventiende eeuw in de tijd van de tulpenmanie. Je verdiept je in de literatuur, je print plaatjes uit van historische tulpen. Je krijgt twee oude prenten cadeau met kerst. Het wordt voorjaar en in de buurt van je woonplaats kleuren de velden felrood, geel, roze, wit en paars.

 

En ineens denk je alleen nog maar aan tulpen.

 

 

Je zet ze in een vaas, je gaat naar de plaatselijke hortus in Limmen. Niet één keer, niet twee keer, wel vijf keer. Om die ene historische tulp te zien bloeien: de Zomerschoon. Het is een laatbloeier, hij wil maar niet uitkomen. Zelfs niet als het al half mei is en de hortus bijna weer dichtgaat.

 

En toch wil je hem zo graag op de foto zetten, je raakt bezeten van het idee.

 

Zouden de kopers van de bollen in de zeventiende eeuw net zo naar de nog dichte bloemknoppen hebben geloerd? Waarschijnlijk niet, want het was hen niet om de uitgekomen tulpen te doen. Maar omdat mijn hoofdpersoon ze ook gaat schilderen, wil ik de bloemen zelf ook beter bestuderen.

 

 

Een paar keer rijden mijn man en ik de Bollenroute langs Lisse. Wat een prachtige kleuren. Velden vol tulpen zo ver als de horizon reikt. Op een avond stoppen we bij een veld om foto’s te maken. We zijn niet de enigen. Midden tussen de tulpen staan twee vrouwen. Een man fotografeert hen. De vrouwen beginnen te dansen en te hupsen. Met verbazing kijken wij naar hun steeds hogere sprongen. Eén van de dames spoort ons aan om het veld in te lopen. Zij biedt aan een foto te maken. Een beetje gniffelend reiken we elkaar de hand.

 

 

In de auto zeggen we tegen elkaar dat dit eigenlijk moderne tulpenmanie is. Busladingen vol toeristen. De bloemenmarkt in Amsterdam van waar de bollen over de hele wereld worden gestuurd. De Keukenhof. Ik ben er nooit geweest en heb gezworen dat ik er nooit heen zal gaan. Al die mensen, alleen voor een paar tulpen! Maar ja, nu schrijf ik een roman over tulpen.

 

 

Op hun website belooft de Keukenhof dat ze ook historische tulpen hebben. En omdat er op mijn email met vragen nooit antwoord is gekomen, besluit ik op een snikhete zaterdag begin mei er toch maar naartoe te gaan. Half Nederland is op hetzelfde idee gekomen. Op de heenweg zijn er filemeldingen en de toegangswegen zitten volledig verstopt.

 

 

Het parkeerterrein blijkt gigantisch. We komen rond het middaguur aan, de zon is op zijn heetst. We kunnen alleen nog op het grasveld bij vak ‘Z’ staan. We voegen ons in de stroom mensen. Overal prachtige kleuren, overal een gigantische drukte. De ‘historische’ tulpen zijn wat teleurstellend. Niet één uit de periode waarover ik schrijf.

Na een uurtje hebben we het wel gezien. ‘Op naar een terrasje,’ zegt mijn man. Het lijkt me een prima idee. We lopen terug naar het parkeerterrein, stappen in de auto en voegen in bij de rij auto’s die er al staat.

Vervolgens staan we stil. Heel lang stil. Vier en een half uur stil.

 

 

Er is een ongeluk gebeurd op de weg voor het park en niemand kan er uit. Pas na een paar uur wordt er een tweede hek opengedaan en kan onze eigen file oplossen.

 

Tijdens het wachten doden mijn man en ik de tijd met het spelen met onze iPhone. Op Twitter staat een hele discussie over foto's die vanuit een politiehelikopter zijn gemaakt: een bruidspaar tussen de tulpen. De politie zoekt het bruidspaar, om de foto's aan ze te kunnen geven. Heel Twitter zoekt mee, ze zijn gek geworden.

 

 

Een paar uur later dan gepland, zitten we dan eindelijk op een terras. Dit is de tulpengekte van nu. Toeristen, camera’s. Selfies bij een zelfportret van Van Gogh, gemaakt van tienduizenden tulpen. Krijsende kinderen, geen plek in de restaurants, rijen voor het toilet. Het is inderdaad niets voor mij, besluit ik. Voortaan blijf ik in het mooie Noord-Holland.

 

We hebben ook tulpenvelden bij ons in Stompetoren, om de hoek.

 

Meer lezen over de historische achtergrond van Tulpenliefde? Klik dan hier.

 

Reageren

Terug naar de blogpagina