Vergeven - niet vergeten
Mail Facebook Twitter Instagram

Lezing gegeven in de bibliotheek van Putten naar aanleiding van de 70e herdenking van de Razzia.
1 oktober 2014

 

Het is een eer om in Putten uitgenodigd te worden bij deze belangrijke herdenking, 70 jaar na de Razzia. Ik wil Jacomien Verhage van de bibliotheek Noordwest Veluwe en ook de vestiging Putten bedanken voor hun uitnodiging.

 

 

Het is ook spannend voor me: ik vertel als buitenstaander het verhaal van Putten aan de Puttenaren. U kent het verhaal van de Razzia en de nasleep daarvan beter dan ik. Op andere lezingen over ‘De laatste winter’ moet ik vaak beginnen met het verhaal van de Razzia te vertellen, omdat de meeste mensen het maar vaag of helemaal niet kennen. De lezing van vanavond draait voor mij daarom meer om de keuzes die ik gemaakt heb in hoe ik het verhaal van Putten wilde vertellen, om hoe de locaties die in het boek voorkomen verwerkt zijn in het verhaal en wat het met mij gedaan heeft toen ik echt in de geschiedenis dook.

 

 

In deze lezing wordt dus ook het verhaal van mijn persoonlijke ontwikkeling duidelijk. “Putten” begon in mijn hoofd als het decor van een verhaal, maar door te praten met mensen, door de herdenkingen te bezoeken en door mee te reizen met de stichting naar de viering van de Volkstrauertag in Ladelund, is “Putten” een deel van mijzelf geworden, en voel ik mij een klein beetje deel, niet per se van het drama dat hier is voorgevallen, maar wel van een groep van mensen die moeite doet om het verhaal door te vertellen.

 

 

Ik ben een schrijfster van verhalen en als zodanig op zoek naar elementen die ik in het verhaal gebruiken kan. Bij de zoektocht naar een pakkend element bleek Putten het ontbrekende stukje te zijn wat het verhaal iets extra’s gaf.

 

Ik schrijf niet primair over geschiedenis, ik ben ook geen historica. Ik ben wel altijd heel erg geïnteresseerd geweest in geschiedenis, vooral in onze vaderlandse geschiedenis. Maar ik schrijf over mensen en hun emoties. En om die emoties te laten zien en uit te leggen, zet ik ze tegen een historisch decor.

 

 

In de woorden van Jannes Priem: we proberen de gebeurtenissen te vergeven – maar we willen het nooit vergeten. En als het vertellen van verhalen (waargebeurd of geromantiseerd) stopt, dan begint het vergeten.

 

Het ontstaan van het boek De laatste winter

 

Hoe ontstond het idee voor De laatste winter? In 2011 bekeek ik nog eens de serie In Europa van Geert Mak (bewerkt voor televisie door de VPRO naar aanleiding van het boek). Die uitzending ging over de Eerste Wereldoorlog, 1916. Soldaten die uit de oorlog terugkeerden, wisten niet meer wie zij waren. In het nu volgende filmfragment zullen we zien dat mensen in extreme rouw merkwaardige dingen doen. Dat gegeven zette zich vast in mijn hoofd en werd het basisidee voor het verhaal van deze roman.

 

Filmfragment: wiens zoon is dit?

(Klik op het beeld om de film te starten)

Beelden: NPO - VPRO

 

Het verhaal van de soldaten aan het front in de Eerste Wereldoorlog zou nooit over Nederland kunnen gaan, aangezien Nederland neutraal was in die tijd. Dus verplaatste ik hetzelfde thema naar de Tweede Wereldoorlog. De lijn over de Amsterdamse familie en de Hongerwinter was er het eerst. Daarna zocht ik nog naar een middel om de broer in het verhaal te laten wegvoeren. Dat moest een extreme ervaring zijn voor de personages in het boek.

 

 

Het missende element vond ik toen ik samen met mijn man stamboomonderzoek deed naar een man die Teunis Glijnis heette. Hij was een communist uit de Zaanstreek, werd door de Nazi's in een concentratiekamp gestopt en overleed uiteindelijk op de Cap Arcona, tijdens het bombardement van 3 mei 1945. Dat was een wel heel extreme ervaring.

 

Ik begon te onderzoeken wat de geschiedenis van de Cap Arcona was en kwam erachter dat vanuit concentratiekamp Neuengamme duizenden gevangenen aan het einde van de oorlog onder erbarmelijke omstandigheden op passagiersschepen ondergebracht waren. Via Neuengamme kwam ik erachter dat er meer dan 600 mannen uit Putten waren weggevoerd. En zo werd de link naar Putten gelegd.

 

 

Onderzoek en gesprekken met nabestaanden en overlevenden

 

Ook al is ‘De laatste winter’ een fictief verhaal met mensen die niet bestaan hebben, dat betekent niet dat je als romanschrijver zomaar iets kunt opschrijven. Het onderzoek begint met heel veel lezen. Op het gebied van de Tweede Wereldoorlog is er ongelooflijk veel geschreven en ik heb dan ook kilo’s papier verslonden om een beeld te krijgen van deze tijd. Vooral boeken en fotoboeken over Amsterdam in de Hongerwinter omdat daar een groot deel van het verhaal zich afspeelt.

 

 

Hier ziet u een jongetje dat houtblokjes tussen de tramrails vandaan haalt. De brandstof raakte op, en de mensen hadden het koud. De hongerwinter was een "normaal" koude winter, gemeten in temperatuur, maar de bevolking was hongerig en radeloos,

en dat maakte deze winter zo erg.

 

 

Alle voedsel was op de bon, en er waren lange rijen voor de winkels, die lang niet altijd voedsel te verkopen hadden. Er werden steeds meer gaarkeukens opgericht, die ook niet alle mensen konden voeden. Hier ziet u een etensketel die wordt uitgeschraapt, zodat een paar kinderen nog een beetje te eten hadden.

 

 

Het jongetje hier links roept een sterk beeld op: de magere beentjes, de lege pan, en de korte broek in de winter. Van dit jongetje heb ik ook een filmfragment gezien. Nadat hij zich realiseerde dat zijn eten op was, begon hij hartverscheurend te huilen.

 

Men ging ook de stad uit, het platteland op, op zoek naar eten. Niet alle boeren hadden voedsel om te delen, anderen vroegen er woekerprijzen voor, en de tocht was uitputtend en gevaarlijk. En als alle gevaren doorstaan waren, liep je nog de kans dat je eten afgepakt werd, als je vlak bij huis was. Het waren vaak vrouwen die de Hongertochten maakten, vanwege het gevaar van razzia's voor mannen, vanwege de Arbeitseinsatz.

 

 

En hier ziet u iemand die niet verder kon lopen op de hongertocht. Hij ligt op de handkar en wordt voortgeduwd door twee jongemannen.

 

Neuengamme

 

Naast boeken over het dagelijks leven in de oorlog, heb ik ook veel over het concentratiekamp Neuengamme en het schip Cap Arcona gelezen, en natuurlijk ook over mensen die terugkeerden uit de kampen na de bevrijding. Ik zal u de lange lijst besparen.

 

Nog belangrijker vond ik het om een beeld te krijgen van de Razzia en van Putten. Ook daar begon het met lezen. Putten, De Razzia en de herinnering van Madelon de Keizer was één van die boeken die mij een goed beeld gaven. Verder waren er ook ontzettend veel getuigenverklaringen in het boek van T.J. Wouters, Het drama van Putten. En er waren een aantal boekjes die teruggekeerden geschreven hebben over hun belevenissen.

 

Het is lastig om uit die brij van informatie de waarheid te destilleren. Er is natuurlijk ook niet één absolute waarheid; mensen die verklaringen opschrijven doen dit vanuit hun eigen beleving en daarbij wijken de details natuurlijk af. Uiteindelijk heb ik daarvan voor De laatste winter mijn eigen waarheid gemaakt. Zo historisch verantwoord mogelijk, maar wel in dienst van het verhaal.

 

Redelijk snel, bij het schrijven van de eerste versie heb ik Putten zelf bezocht. Via de historische vereniging had ik dhr. Gerrit Buter, van wie de vader weggevoerd was, bereid gevonden mij rond te leiden in het dorp en de oude kerk. Hij heeft mij heel veel details kunnen vertellen over waar de mannen precies stonden en hoe het plein er destijds uitzag.

 

Al die dingen zijn belangrijk voor een verhaal: niet alleen kon ik het me zo beter voorstellen en er dus beter over schrijven, maar het onderzoek zorgt er ook voor dat je een band krijgt met het onderwerp.

 

Ik ben voor het eerst naar Neuengamme geweest in juni 2012, toen de tante van mijn man haar 65e verjaardag vierde. Zij woont in Denemarken en wij gingen daar samen met mijn schoonmoeder naar toe. Op de heenweg hebben we Neuengamme bezocht. Op die plek staan was al heel vervreemdend, maar des te meer omdat het een hele mooie zonnige dag was, en je er met je schoonmoeder staat.

 

In 2013 ben ik er nog een keer geweest. Dat was toen in november, omdat ik mee ging naar Ladelund op een reis van Stichting Oktober 44. Deze keer was het boek al af en gepubliceerd en toch was het net zo vervreemdend als de eerste keer, niet in de laatste plaats omdat het mistig was en er een druilerige regen viel. Het was koud en ik had mijn winterjas aan. Ongewild gingen mijn gedachten weer uit naar de mannen in hun dunne gevangeniskleding…

 

Iemand heeft mij ooit gevraagd wat het met mij deed toen ik het kamp bezocht. Het was lastig om daar antwoord op te geven. Ik geloof dat deze meneer ook een nabestaande was. Het is dan vreemd om als buitenstaander aan hem te vertellen dat het mij hevig emotioneerde om die plek te bezoeken, hoewel ik geen familie heb verloren. Het was alsof mijn personage Maarten, een jonge man van 18 nog, symbool stond voor al diegenen die weggevoerd waren en niet meer teruggekeerd zijn. Ik wist natuurlijk dat ik hem zelf verzonnen had, en toch was hij me zo dierbaar dat ik hem het leed had willen besparen wat ik hem liet beleven. Maar misschien moet dit ook wel gebeuren met een schrijver. Hoe had ik anders over dit onderwerp kunnen schrijven?

 

 

Links zien we een transportwagon, die volgepakt met mensen op dit spoor het kamp Neuengamme binnenreed. Voor deze mensen was dit het eindpunt van een uitputtende reis, maar het beginpunt van nog meer ellende. Rechts een foto uit het kampmuseum. Dit is een van de weinige barakmuren die nog is overgebleven.

 

 

In het museum stond ook een wasbekken. Ik denk niet dat veel gevangen zich zullen hebben gewassen: er waren er duizenden, en maar een paar bekkens. Wel geven dit soort voorwerpen mij een beeld van hoe het leven er toen uitzag, en dat geeft kleur aan een roman.

 

Deze mooie boom vormde het hart van de zogenaamde SS-tuin. In een hoek van het kamp was een heel lieflijk tuintje aangelegd, met een bankje waar de gevangen niet op mochten zitten. Ze mochten ook niet over de keurig aangeharkte paden lopen. Voor mij was dit een voorbeeld van de wreedheid van de SS-ers. Als gevangene kwam je in een wereld die onwerkelijk was, een fantasie of nachtmerrie misschien. Maar die tuin met zijn mooie bloemen en planten herinnerde je er dan aan dat er ook nog een gewoon leven was, waar jij niet meer in mocht rondlopen. Verschrikkelijk gewoon. In een van de kampscènes laat ik het personage Maarten dan ook kijken naar dit tuintje en laat ik hem beseffen wat hij verloren heeft.

 

 

Deze foto hier is ook erg bekend: een gevangene in het karakteristieke streepjespak, met een beetje eten bij zich, hij is sterk vermagerd. De tekening is door een Franse gevangene in Neuengamme gemaakt, het laat zien hoe de gevangen door enkele medegevangen van hun lichaamshaar worden ontdaan. Officieel was dat een maatregel omwille van de hygiëne (tegengaan van luizen), maar gezien de ruwheid waarmee dit gepaard ging kunnen we alleen concluderen dat dit ook gebeurde om de gevangen snel hun waardigheid en menselijkheid te ontnemen. Op het moment van binnenkomst veranderden zij zo van mannen met een naam in nummers.

 

Lübecker Bocht

 

Op de terugweg naar Nederland hebben we de Lübecker Bocht bezocht bij Neustadt, alweer op een stralende dag, waar kinderen aan het spelen waren in de zee.

 

 

Een mooie warme junidag in 2012. Hoe lieflijk ligt de Lübecker Bocht erbij. Niets wijst er op dat de zee rood kleurde van het bloed, dat er duizenden mannen zijn omgekomen op die 3e mei 1945, en dat er nog tientallen jaren lang menselijke resten zijn aangespoeld aan dit strand. Van dit leed getuigt nu nog dit Ehrenfriedhof bij Neustadt. En weer belandde ik in een vervreemdende situatie: naast het monument lag een restaurantje, en mijn schoonmoeder stelde voor om koffie met taart te gaan halen; ik moest er niet aan denken, maar ben toch gaan zitten.

 

 

Hier een foto van de brandende Cap Arcona. Er stonden 3 schepen in brand die dag: ook de Thielbeck en de Athen. Ze waren aangevallen door de Engelsen, denkend dat er Duitse soldaten aan boord zaten, maar ik twijfel er niet aan dat als de Engelsen dit niet per ongeluk hadden gedaan, de Nazi's de schepen tot zinken zouden hebben gebracht. Mensen die zich probeerden te redden werden alsnog doodgeschoten door de SS-ers die de boten omsingeld hadden. Nog een schril contrast die dag was het bordje Kein Badebetrieb, waar de kinderen in de zee speelden.

 

Jannes Priem

 

 

Daarnaast heb ik de enige teruggekeerde die nog in leven was, geïnterviewd. Jannes Priem, toen 86 jaar, woonachtig in Schoonhoven. Wat hij had meegemaakt, daar heeft hij lang over gezwegen. Pas toen hij een reis naar Ladelund maakte en daar met pastoor Harold Richter sprak, is er iets in hem losgekomen zodat hij er wel weer over praten kon.

 

Later gaf hij veel lezingen op scholen in zijn woonplaats. Jannes kon mij nog veel details vertellen, vooral over zijn verblijf in de kampen. In de tweede versie heb ik zo nog details gewijzigd. Het verhaal was toen al klaar, maar historische details die ik niet kon vinden in boeken of bij de tentoonstelling in Neuengamme, kon ik zo nog aanpassen.

 

Ook hebben wat anekdotes die Jannes vertelde zijn weg naar mijn boek gevonden: hij vertelde dat hij kogelhulzen in zijn broekzak had zitten toen hij opgepakt werd. Hij heeft kans gezien deze hulzen in een hooiberg te verstoppen. Ik heb een van mijn hoofdpersonen ongeveer hetzelfde laten meemaken, maar heb haar in plaats van kogelhulzen een oranje lintje laten verstoppen in die hooiberg.

 

 

Op de foto links zitten we in de Aker, na de herdenking van de Razzia, 2 oktober 2012. Mijn boek was net afgeschreven, en Jannes geeft mij een quote, een tekst die op de voorkant van het boek gaat komen. Rechts is het voorjaar 2013. Ik ben bij Jannes thuis, om hem te laten zien hoe mijn boek geworden is, en om hem een exemplaar aan te bieden.

 

Filmfragment: van naam tot nummer - maar mét een engeltje op zijn schouder.

(Klik op het beeld om de film te starten)

 

Beelden: Omroep Gelderland

 

Op basis van deze boeken, gesprekken etc. en door het bezoeken van plekken, en het kijken naar foto’s, heb ik een beeld geschapen in mijn hoofd, waardoor het verhaal voor mij tot leven kwam, en ik het kon opschrijven. Ik begin nooit lukraak te schrijven, het verhaal moet in grote lijnen klaar zijn en ik moet de beelden in mijn hoofd hebben. Dan pas start ik mijn PC op en komen de woorden op papier.

 

Alle gebeurtenissen in ‘De laatste winter’ hadden een grote emotionele uitwerking op mijzelf. Behalve de Razzia met al zijn geweld en dreiging (waarbij het stuk waarin ik vanuit de hoofdpersoon Anna het opsluiten van de vrouwen in de kerk heb beschreven) waren de stukken Neuengamme en Ladelund het lastigste om te doen.

 

Toen mijn uitgever zei dat de kampstukken wel erg afstandelijk geschreven waren, begreep ik haar goed. Dat was zelfbescherming. Een deel van mij wilde zich niet verplaatsen in die verschrikkingen. Natuurlijk deed ik dat wel, in dienst van de roman… het zorgde voor nachtmerries, maar het verhaal werd er vele malen beter van en ik voelde me nog meer emotioneel verbonden met het onderwerp dat ik gekozen had.

 

Waarheid

 

Hoe waar is een verhaal?

 

 

Links ziet u John Demjanuk, die aangezien werd voor de beul van Treblinka. En rechts ziet u het monument dat even buiten Putten staat, op de plek waar de aanslag heeft plaatsgevonden die de aanleiding was voor de Razzia.

 

Mensen die extreme situaties meemaken, zoals slachtoffers van geweld, hebben vaak problemen met hun geheugen. Waarschijnlijk is het voor hen de enige manier om met die dingen om te gaan in hun dagelijks leven. Wellicht kloppen dan niet altijd alle details meer. Dat is pijnlijk voor de slachtoffers zelf, want hun verhaal op zich is waar. En op een zeker moment willen ze dat verhaal kwijt. Maar niet iedereen staat daar altijd voor open.

 

Kijk bijvoorbeeld naar de mensen die terugkwamen uit de kampen. In Nederland hadden de mensen ook een oorlog meegemaakt en ze wilden lang niet altijd luisteren naar de verschrikkelijke dingen die ex-gevangenen te vertellen hadden. Ik ben dat ook veel in de literatuur tegen gekomen.

 

Mijn schoonvader zat als kleine jongen met zijn ouders in een Japans kamp in Indonesië. Gelukkig hebben zij het alledrie overleefd. Maar terug in Nederland, na de oorlog, wilden de mensen hun verhalen niet horen, ze zaten te vol met hun eigen verhalen. En ze zeiden: "Jullie hadden het tenminste warm toen wij in de hongerwinter zaten!"

 

We zien bijvoorbeeld in de Nazi-processen van na de oorlog bij getuigenissen dat mensen tegenstrijdige dingen beweren. Herinneringen bestaan dan ook uit feiten en emoties. Als iemand ervaringen opdoet, komen daar gevoelens bij. Zo vond ik af en toe ook tegenstrijdigheden in de literatuur over de Razzia. Nogmaals: dat doet helemaal niets af aan het verhaal. Getuigen blijven heel belangrijk voor de overdracht van wat er gebeurd is. Nu er geen teruggekeerden meer zijn, is hun verhaal alleen nog maar te lezen door wat is opgetekend.

 

Ook zullen we nooit helemaal zeker weten wat er nu precies is gebeurd rondom de aanslag die leidde tot de Razzia. Wat waren de motieven van het verzet om juist deze auto aan te vallen?

 

Na de oorlog was er lange tijd geen ruimte voor verhalen van slachtoffers. Traumatische herinneringen werden niet altijd gemakkelijk gedeeld. Tegenwoordig zijn wij ook veel meer bezig met de psychologische gevolgen voor mensen die iets heel ergs hebben meegemaakt. De regering had toen ook het standpunt: laten we ons vooral bezighouden met de wederopbouw. Heel veel mensen hebben daarom lang gezwegen over wat ze meegemaakt hadden.

 

 

Wij weten zeker dat er veel Puttense huizen in brand zijn gestoken, dat ziet u op deze foto.

 

Als romanschrijver vind ik het minder interessant om de waarheid te vinden: Was John Demjanuk nu echt de beul van Treblinka? Stond er wel of niet een hooiberg in de buurt van de kerk van Putten? Mij gaat het om de impact die de gebeurtenissen op het leven van de slachtoffers en hun nabestaanden heeft. Hoe moeten zij verder met hun leven na al die verschrikkingen?

 

Ik heb in mijn boek De laatste winter gekeken vanuit het gevoel van de weggevoerden en de achterblijvers, en heb geprobeerd om uit de getuigenissen een verhaal te construeren dat bij een groot publiek in Nederland de Razzia meer bekendheid geeft en de lezer meeneemt in het gevoel dat de slachtoffers hadden.

 

De laatste winter

 

‘De laatste winter’ gaat over een gewoon gezin dat in Amsterdam woont. Het is het eind van de oorlog en ze zijn deze redelijk goed doorgekomen. Hoofdpersoon Anna en haar broer Maarten gaan naar Putten, waar familie van ze woont, om wat extra voedsel te halen. Ze komen er net voor de Razzia aan. De volgende morgen worden ze opgepakt.

 

Maarten wordt afgevoerd naar Kamp Amersfoort met de mannen uit Putten en Anna moet in haar eentje terug naar Amsterdam. Zij overleeft daar met haar moeder en zus de Hongerwinter. Intussen weten ze niet wat er van Maarten geworden is. De impact die het verlies van broer en zoon heeft op het hele gezin, daarover gaat het in deze roman. Behalve het verhaal van de mannen die weggevoerd zijn, is het vooral ook het verhaal van de vrouwen die achterbleven. Zij moesten door, hoe dan ook al werden ze misschien gek van onzekerheid. Voor hun kinderen, voor hun broers of zussen, hun ouders. Deze roman gaat ook over hun overleving.

 

In het verhaal maakt de moeder in haar verdriet om haar zoon hele vreemde keuzes. Wij, als mensen die zoiets extreems niet hebben meegemaakt, zeggen al gauw: dat zou ik nooit doen. Maar kunnen wij dat zeggen? Afgelopen jaar is mijn zevenjarig nichtje omgekomen bij een auto-ongeluk. In onze familie ging iedereen op zijn eigen manier om met die rouw. Er is geen goede of slechte manier om dat te verwerken, daar mogen wij niet over oordelen. Wel denk ik dat extreme, traumatische gebeurtenissen ieder mens veranderen en dat wij op onze eigen unieke manier daarop reageren.

 

De laatste winter is niet alleen een roman over rouw en verdriet. Het is ook een verhaal over pech: op de foute tijd op de foute plaats zijn. Tijdens een van mijn lezingen vertelde een mevrouw mij dat een man in Rotterdam na het bombardement daar besloot om naar het platteland te gaan. Daar was her vast en zeker minder erg. Hij ging naar Putten...en werd opgepakt tijdens de Razzia. Hij is niet teruggekomen, maar zijn huis in Rotterdam stond nog overeind na de oorlog. Een ongelukkig toeval.

 

De laatste winter speelt zich af tijdens de oorlog en het lijden van de personages is extreem. De hoofdpersonen Anna en Maarten maken de gebeurtenissen naast elkaar mee, in aparte verhaallijnen.

 

Verhaaltechnisch moet de lezer ook Maarten volgen naar Neuengamme omdat hij vrij vroeg in het boek weggevoerd wordt. De lezer wil alleen dat hij overleeft als hij hem ook ziet. Anders heeft hij of zij geen band met dat personage. Daarnaast zou het natuurlijk geen roman zijn als er niet thema’s in voorkwamen als vriendschap, liefde en hoop.

 

Springtij

 

De laatste winter is mijn debuutroman. Inmiddels is er een tweede uitgekomen en volgend voorjaar komt mijn derde boek uit. In zekere zin zijn ze een vervolg op De laatste winter. Dat geldt zeker voor mijn derde boek, ook al heeft het onderwerp niets te maken met Putten. In Springtij verliest de hoofdpersoon bij de watersnood van 1953 haar moeder en komt erachter dat haar biologische moeder haar heeft afgestaan. Beide moeders, zowel de adoptiefmoeder als de biologische moeder, hebben jarenlang gezwegen over die gebeurtenis. Ook bij het onderzoek naar de watersnood bleek dat mensen die het meegemaakt hebben vaak niet in staat zijn om er over te vertellen. Toch heeft de gebeurtenis hun leven bepaald.

 

Een getuige vertelde mij dat zij de oorlog als minder traumatisch had ervaren dan de watersnood. De oorlog kabbelde voort, en laaide af en toe op. Maar de watersnood was er plotseling, en een paar uur later was alles weg, niet alleen huizen, maar ook het vee en je dierbaren. In die zin was de watersnood vergelijkbaar met de Razzia.

 

 

Tropenjaren

 

In Tropenjaren komt een dochter erachter dat haar vader soldaat is geweest in Nederlands-Indië tijdens de politionele acties. Ook hij heeft nooit iets daarover verteld. Dat zwijgen, als er iets heel ergs in je leven gebeurt, fascineert mij. Hoe ga je daar mee om, wat doet het met je als mens? En misschien nog wel belangrijker; wat doet het met je omgeving, je vrouw en kinderen?

 

Ik zoek naar thema’s in mijn boeken die vooral de menselijke relaties belichten. Zoals in de laatste winter waarin het gezin ontwricht is als iemand uit hun midden plotseling verdwijnt. Dit zijn nu drie boeken die min of meer bij elkaar horen. Ik denk erover na wat ik met mijn vierde wil en ben daar nog niet helemaal uit.

 

Vergeven: band tussen Putten en Ladelund

 

 

Wat mij ook fascineert, en hoop geeft voor de toekomst, is de band die er tussen Putten en Ladelund is ontstaan. Links zien we de kerk van Ladelund, en rechts de oude kerk van Putten.

 

Tijdens de oorlog zorgde pastoor Meyer in Ladelund ervoor dat de slachtoffers die stierven een behoorlijke begrafenis kregen en na de oorlog stuurde hij foto’s van die graven naar de nabestaanden. Zijn opvolger, pastoor Richter, die zelf als soldaat voor Duitsland gevochten heeft in de Tweede Wereldoorlog, is met de verzoening doorgegaan.

 

Ook vandaag de dag is er een actieve groep mensen in Ladelund die zich bezig houdt met de verstandhouding tussen de twee dorpen. De ontvangst die wij kregen in Ladelund deed mij nadenken over hoe wij omgaan met vergeving. Ik denk dat je pas vergeven kunt als je bevrijd bent. Jannes Priem zei altijd dat hij voor de tweede keer bevrijd werd op het moment dat pastoor Richter hem in Ladelund aanspoorde om zijn ervaringen op te schrijven.

 

Filmfragment: vergeving tussen Putten en Ladelund

(Klik op het beeld om de film te starten)

Beelden: Omroep Gelderland

 

Op 16 november 2013 zijn mijn man en ik mee geweest met een van de reizen die Stichting Oktober 44 ieder jaar organiseert. Ik wilde zelf graag Ladelund zien, omdat dit kamp in één van de scènes in mijn boek voorkwam. Voor de rest van het verhaal heb ik mijn twee jongens niet veel rond laten slepen, ook al werd dat in de praktijk juist wel gedaan. Voor het verhaal was het te verwarrend om ze steeds in een ander kamp te laten zitten.

 

Op zaterdagochtend vertrokken we in alle vroegte (7.00 uur) samen met onze reisgenoten vanaf het Kerkplein in Putten. Er waren zo’n 30 mensen die zich aangemeld hadden voor deze reis, maar dit jaar gingen ook 80 leden van het koor De Lofstem mee dat bij de verschillende herdenkingen zou zingen en bovendien ook een concert zou geven in de St. Petri Kirche van Ladelund.

 

Ik vond het extra bijzonder dat ik deze reis zou maken in onder andere het gezelschap van een van de dochters en schoonzoon en bovendien een vriend van Jannes Priem. Zijn dochter wilde graag nog één keer een krans leggen voor haar vader.

 

 

Op de heenreis stopten wij in Wedel en kregen daar een lunch aangeboden. Hoewel er dit keer meer dan 100 man kwamen, vanwege het koor, hadden de mensen toch voor ons gekookt en wilden er niets van weten dat wij niet zouden langskomen. Het was ongelooflijk om te zien wat een warm welkom wij kregen en hoeveel moeite ze gedaan hadden om ons allemaal iets heerlijks voor te zetten.

 

 

Deze mensen probeerden ons uit te leggen hoeveel het voor hen betekende dat wij hen wilden bezoeken. Het zette mij aan het denken over het schuldgevoel dat bij vele Duitsers moet leven om zo’n afschuwelijke erfenis te hebben gekregen als de Holocaust en het nationaalsocialisme. In Wedel waren er verschillende sprekers die een pleidooi hielden voor meer verdraagzaamheid in de wereld.

 

 

Na deze stop reden we door en we kwamen tegen zessen in de stromende regen aan bij onze bestemming. Hier stonden de gastgezinnen al op ons te wachten. Direct bij aankomst viel het op dat de meeste mensen elkaar als oude vrienden begroetten. Velen gaan dan ook jaarlijks mee met de reis en vele mensen uit het dorp zijn ieder jaar weer opnieuw gastgezin. Onze gastheer en -vrouw waren ontzettend gastvrij en hoewel zij ons nooit eerder gezien hadden stelden zij hun huis voor ons open en maakten dat wij ons écht welkom voelden. Wij hebben een heel bijzonder weekend doorgebracht bij hen.

 

 

De volgende dag was het Volkstrauertag. In de kerk van Ladelund werd een kerkdienst in het Duits gehouden, waar ook een paar keer in het Nederlands werd gesproken. Bovendien werd psalm 84 gezongen. Ik ben niet opgegroeid met deze psalm maar het is natuurlijk de psalm die de opgepakte mannen van Putten zongen in de kerk kort voor ze werden weggevoerd om daar troost en steun uit te putten. Alle mensen in de kerk stonden op en zongen uit volle borst in het Nederlands. Een kippenvel moment. De laatste keer dat ik deze psalm gehoord had was bij de uitvaart van Jannes Priem in augustus 2013 en dat maakte het moment voor mij des te emotioneler.

 

 

Daarna werden er kransen gelegd bij de graven. Bij de kerk van Ladelund liggen mensen van allerlei nationaliteiten begraven, waaronder de mensen uit Putten, die in het kamp zijn omgekomen. Hier werden deze mensen met een indrukwekkende ceremonie herdacht.

 

 

Ook was er gelegenheid om mee te gaan naar het monument voor de gevallen (Duitse) soldaten uit Ladelund en Westre. Jannes Priem maakte zich daar altijd hard voor, in het kader van de verzoening. Maar het was een optie in het programma omdat het voor veel nabestaanden van de slachtoffers uit Putten ook een pijnlijk moment kan zijn om Duitsers te herdenken.

 

Ik vind het mooi dat dit gebeurt, juist in het kader van het vergeven van elkaar. Maar ik begrijp ook dat het voor mensen die hun familieleden hebben verloren niet zo gemakkelijk is om daar over heen te stappen.

 

 

Ook op deze dag werd ons een maaltijd aangeboden, dit keer in de Pastorie van Ladelund. Heerlijke aspergesoep met heel veel gehaktballen, toespraken en dat alles in een sfeer van vriendschap en gemoedelijkheid. Op de foto rechts ziet u Pieter Dekker van de Stichting Oktober 1944 een toespraak houden.

 

Het was prachtig om daar bij te zijn en iedereen vroeg van alles aan ons. Ook viel het me op dat de mensen heel openhartig waren over de tijd dat hier een kamp was, terwijl het ook moeilijk moet zijn om daarover te praten. Een heel bijzondere maaltijd weer.

 

 

’s Middags bezochten we het voormalig kampterrein. In november 2013 (links) lag het land braak en kon ik mij goed voorstellen dat hier ooit barakken hadden gestaan. In augustus 2014 (rechts) stond de mais op het veld al hoog en herinnerde niets aan het leed wat hier is voorgevallen.

 

 

Hier een kunstwerk dat voor zich spreekt, het herinnert aan de gevangenen in Ladelund.

 

 

Het monument voor de gevangen is een eenvoudige steen, waar ook bloemen werden gelegd tijdens de reis. Ik vind de tekst op de steen erg mooi: Die Würde des Menschen is unantastbar.

 

 

Toen ik over de weg liep die de voormalige gevangen hadden gelopen was het alsof mijn personages Maarten en Bastiaan naast me liepen. Ik zag hen in de nagebouwde tankvalgracht staan en verwonderde me over de diepte hiervan.

 

 

Het vriendelijke herfstlicht zette alles in een gouden licht en het was nauwelijks voorstelbaar dat op die plek, met de vriendelijke weilanden zo’n afschuwelijk lijden heeft plaatsgevonden. Maar toch is dat zo.

 

 

’s Avonds gaf het koor nog een concert, waarbij de emotie weer hoog opliep, door de combinatie van de muziek, de kerk van Ladelund, en de herinnering aan alles wat hier gebeurd is in die laatste oorlogswinter, en daarna was de lange dag ten einde.

 

 

Het kamp Neuengamme

 

We vertrokken vroeg omdat we rond het middaguur zouden lunchen in Bergedorf, dicht bij Neuengamme. Hier arriveerden we rond een uur of 1.

 

 

Er hing een koude, druilerige mist over het voormalig kampterrein en we liepen eerst naar de steen van Putten. Er zijn verschillende monumenten van verschillende nationaliteiten op dit stuk van het terrein. Bij mijn eerste bezoek aan het kamp was ik hier niet geweest want het is zo’n uitgestrekt terrein dat ik mij toen beperkt heb tot de ruimtes en plaatsen die relevant waren voor de passages in De laatste winter.

 

Ook was er een ruimte waarin de namen van alle mensen die waren omgekomen in Neuengamme aan de muur hingen, in chronologische volgorden. Al die doden, iedere dag weer.

 

 

We waren blij dat we even uit de kou konden omdat het koor zong in de hal van de voormalige steenfabriek waar er koffie, thee en zelf gebakken koekjes klaarstonden. Toen de directie hoorde dat we kort zouden stoppen, hadden vrijwilligers de hele nacht doorgebakken. De kou herinnerde mij eraan hoe het hier in de winter van 1944 geweest moet zijn voor de gevangenen. Hoewel 1944 geen extreem koude winter was, waren de omstandigheden waarin de mannen zich bevonden natuurlijk zo slecht dat het alleen daarom al bijna niet te verdragen moet zijn geweest.

 

Hier een foto van de karretjes die geduwd moesten worden door de gevangen, en de helling die het eindpunt vormde van het spoor waarover zij geduwd moesten worden.

 

 

Het gezelschap gaat verder het terrein verkennen.

 

 

Aan de rand van het kamp staat een aardig, witgeschilderd huisje, waar de kampcommandant woonde. In het toegangshek staan nog twee voorwerpen afgebeeld: een kamp, en een ladder. In het Duits noem je dat Kampf (kamp) en Leiter (ladder), en Kampfleiter is het Duitse woord voor Kampcommandant.

 

 

Bij de garage waar de voertuigen van de SS gestald stonden, troffen wij nog een origineel SS-bureau aan. Het speelt geen rol in mijn boek, maar het doet je wat om zo'n bureau daar te zien staan. Net als het smeedwerk aan de buitenkant van het gebouw: een sierlijk bewerkt hakenkruis.

 

 

De foto's hierboven geven goed de sfeer van dat moment weer: het was grauw, mistig, en koud vooral. Ik kon mij goed voorstellen hoe de gevangenen hier moeten hebben rondgelopen, in het zelfde jaargetijde in 1944.

 

Tot slot wil ik u laten horen hoe het koor de Lofstem psalm 91 vertolkte in het kamp Neuengamme. De psalm gaat over vertrouwen, je veilig voelen, door de bescherming die God biedt. Het moet heel moeilijk geweest zijn voor de gevangenen om dat vertrouwen nog te kunnen voelen, in die winter 1944-45.

 

Psalm 91

Hij, die op Gods bescherming wacht,
Wordt door den hoogsten Koning,
Beveiligd in den duist'ren nacht,
Beschaduwd in Gods woning.
Dies noem ik God, zo goed als groot
Voor hen, die op Hem bouwen,
Mijn burg, mijn toevlucht in den nood,
Den God van mijn betrouwen.

 

Filmfragment: het koor De lofstem zings psalm 91 in Neuengamme

(Klik op het beeld om de film te starten)

Beelden: Hans Fokker, Schoonhoven

 

 

Na een paar uur gingen we verder, want de reis naar Putten was nog lang. Het meest bijzondere blijf ik toch vinden dat de twee gemeentes Putten en Ladelund over de verschillen en het oud zeer heen proberen te stappen, de banden aanhalen en proberen de geschiedenis die hen verbindt een plaats te geven. Dat vergt moed en ik denk dat veel mensen hier iets van kunnen leren.

 

Mijn reis naar het voormalig kamp Ladelund was heel mooi en af en toe emotioneel als ik besefte dat hier gruwelijke dingen gebeurd waren die op de een of andere manier bijna niet meer voor te stellen zijn als je uitkijkt over de akkers en de weilanden bij het monument waar vroeger de barakken hebben gestaan.

 

Niet vergeten

 

Filmfragment: hoe lang wordt het verhaald nog verteld?

(Klik op het beeld om de film te starten)

Beelden: Omroep Gelderland

 

 

Om niet te vergeten is het nodig om dingen te beschrijven en te bewaren.

 

De algemene “grote” geschiedenis is al beschreven, maar de persoonlijke verhalen uit de familie brengt het verhaal tot leven.

 

Een andere manier is het doen van onderzoek aan de slachtoffers van de Razzia. Pas kort geleden is ontdekt dat er nog heel veel materiaal (portemonnees en andere bezittingen) bewaard is gebleven. En nog niet alle verhalen zijn helemaal bekend; dit jaar nog is er contact gelegd met de (Amerikaanse) nabestaanden Willem Ver A, die uit Rotterdam afkomstig was.

 

Ook zijn er mensen en instanties die publicaties uitgeven: Jannes Priem en de Stichting bijvoorbeeld.

 

Maar naast het hebben van een gedenkplaats en een museum is het ook belangrijk om de familieverhalen door te geven. Deze periode is cruciaal, omdat de mensen die dit hebben meegemaakt en uit de eerste hand kunnen vertellen, er niet meer zijn. Er zijn nog een paar mensen die in kampen hebben gezeten, die in de Lübecker Bocht op een van de schepen hebben gezeten, maar de laatste teruggekeerde van de Razzia is vorig jaar overleden. Om niet te vergeten, moet nu de volgende generatie de taak gaan oppakken, en het verhaal gaan doorvertellen.

 

Filmfragment: kinderen leren over Razzia van Putten

(Klik op het beeld om de film te starten)

 

Beelden: Omroep Gelderland

 

Mijn persoonlijke verhaal

 

 

Na het bezoek aan de kampen, en de ontmoetingen met mensen voordat het boek uitkwam, is Putten steeds meer gaan leven voor mij.

 

Ik kwam in contact met Jannes Priem, die een soort extra opa voor mij is geworden in de kleine 2 jaar dat ik hem mocht kennen. Naast de verhalen die hij vertelde, heb ik weer het belang van “een engeltje op je schouder hebben” ontdekt, en heeft hij mij geleerd hoe je orchideeën verzorgt. Er staan sinds ik Jannes ken staan er paarse orchideeën in onze huiskamer die het prima doen, en mij aan hem herinneren.

 

Ik denk ook graag terug aan de avond bij de jaarvergadering van stichting oktober 44 waar ik aan een tafeltje boeken zat te signeren en veel kopers hun eigen familieverhaal gingen vertellen. Dat was soms even slikken, als ze me toevertrouwden dat er bijvoorbeeld zeven mannen uit hun familie meegenomen waren. Ik durfde hen niet te vragen wie er terug gekomen was, maar dat was wel het eerste waar ik aan dacht.

 

Bijzonder was ook de reis met de stichting naar Wedel, Ladelund en Neuengamme. Dat was vlak na de dood van Jannes, en dat gaf daar een extra dimensie aan. De site van het kamp in Ladelund, en de tankwallen, indrukwekkend om daar in te lopen.

 

Door bij een gastgezin te overnachten hebben wij een paar nieuwe Duitse vrienden gemaakt, die hier ook in de zaal aanwezig zijn. Maar omdat we met meer mensen in één gezin zaten hebben we ook een Puttens echtpaar leren kennen, waarvan de vrouw in een rolstoel zat. Zij stond zo positief in het leven dat ik niet alleen het “verhaal van Putten” beter leerde kennen door die reis, maar ook een voorbeeld in mijn eigen leven heb nu, van hoe je positief kunt blijven, ook als het leven of je lichaam je niet geven wat je zou verwachten, als het je flink tegen zit.

 

En “het verhaal” blijft trekken: deze zomer zijn wij in Denemarken op vakantie geweest, niet ver van Ladelund. Daar hebben wij niet alleen de plek van het kamp nogmaals bezocht. Dit keer konden we niet over de weilanden kijken naar waar de barakken hadden gestaan omdat de maïs zo hoog stond. Je kunt je dan nauwelijks voorstellen dat er daar mensen hebben gezeten onder onmenselijke omstandigheden.

 

Omdat we in de buurt waren, hebben we ook Husum bezocht. Hier maakte de resten van de kampweg en de keuken net als de pomp waarop de gevangenen voor straf urenlang moesten zitten de meeste indruk.

 

 

Hier zien wij het monument van Husum. Iedere gevallene heeft daar zijn eigen paaltje in een veld, waarop zijn naam staat. Rechts zien we de resten van de keuken van het kamp; de schoorsteen is nog overeind gelaten.

 

 

En hier zien we de fundamenten van een barak, met rechts de waterpomp die een instrument was voor vele wreedheden die hier tegen de gevangenen werd begaan. Het is een gewone waterpomp, maar door dit verhaal werd dit een heel sinistere plek voor mij.

 

Vertel het verhaal door aan de volgende generatie!

 

 

Hartelijk dank voor het luisteren naar mijn verhaal. Ik hoop dat ik de Razzia en Putten eer aan heb gedaan. Zoals ik eerder vanavond al gezegd heb: ik voel me ondanks dat ik niet in Putten geboren ben, en ook geen familie verloren heb, een deel van het verhaal. Mijn missie is om het door te vertellen. In het kader van vergeven, niet vergeten.

 

Veel van de informatie over mijn boek, maar ook de achtergrondverhalen zijn op mijn website te vinden, onder het kopje Achtergrond. Daar vind u nog meer foto’s dan ik vanavond heb laten zien.