Lezersvraag
Mail Facebook Twitter Instagram

23 mei 2013

Een extra mooie opdracht in mijn boek voor de bedenker van de origineelste vraag.

 

‘Hoe keek u bij het ontstaan van het idee tegen deze oorlogsgeschiedenis aan en hoe was dit nadat het boek voltooid was?’

 

Dit was de vraag die ik van een bezoeker van mijn lezing afgelopen vrijdag 17 mei in Schiedam bij boekhandel PostScriptum kreeg. Een hele goede vraag, omdat hij eigenlijk gaat over het schrijfproces. De vraag werd door mij uitgekozen als origineelste van die avond en werd door eigenaar Ruud Aret beloond met een gratis en gesigneerd exemplaar van De laatste winter.


Maar het antwoord op die vraag was nog niet zo eenvoudig te geven. Ik heb er nu een paar dagen over na kunnen denken en kom tot de volgende conclusie:

 

Je begint een verhaal met een idee: soms is het een vaag idee, soms is het een idee dat zich sterk aan je opdringt. De basis van het verhaal van De laatste winter, was de vermissing van een zoon en broer. Eigenlijk een onderwerp dat nog heel actueel kan zijn. In de afgelopen weken bijvoorbeeld heeft heel Nederland meegeleefd met de vermissing van de broertjes Julian en Ruben van der Schuit.

 

Uit de overweldigende reacties op de zoektocht naar deze kinderen blijkt hoe zeer zo´n onderwerpen leeft, en terecht. De trieste afloop is altijd verschrikkelijk, niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor iedereen die er zo mee bezig is geweest. Niet in de laatste plaats omdat we ons zo goed voor kunnen stellen hoe de nabestaanden zich nu voelen.

 

Daarbij is de vraag die ik mezelf stelde: (in de afgelopen weken, maar ook voor de thema’s in mijn boek) is het de onzekerheid die het ergste is, of wil je liever niet weten wat er met de vermiste is gebeurd? Heb je dan meer hoop, of heb je rust als je weet hoe het zit?

 

De vergelijking met De laatste winter gaat natuurlijk niet helemaal op, omdat ik het verhaal in een historisch kader geplaatst heb. Juist naar hoe ik tegen de oorlogsgeschiedenis van mijn hoofdpersonen aankeek, dat was wat de vraagsteller wilde weten. En of dat veranderd was nadat het verhaal af was.

 

Door het historische aspect heb ik in feite mijn eigen fantasie begrensd, omdat die feiten vaststaan. Tegelijkertijd was dit voor mij een unieke gelegenheid om me te verdiepen in allerlei dingen die ik zelf nog niet wist. Je begint namelijk met een basisidee en gaat dan op zoek naar die elementen die je verhaal interessant zullen maken. In mijn geval was dat de Hongerwinter in Amsterdam en de Razzia van Putten.

 

Omdat er over WO II zoveel bekend is, was het niet lastig om al een idee te hebben van hoe het er in de oorlog aan toe ging. In die zin zijn er bij de zoektocht naar de elementen die in het verhaal voorkomen veel dingen bevestigd die ik al wist. Maar over andere dingen, zoals de houding van de regering bij terugkeer van de mensen uit de concentratiekampen en de reacties van hun omgeving op diezelfde ex-gevangen, heb ik veel dingen gelezen die ik nog niet wist.

 

We weten nu zoveel meer over wat het met mensen doet als zij aan traumatische ervaringen worden blootgesteld dan in 1945 en we gaan er ook heel anders mee om.

Voor mij was het schrijven over dit onderwerp één grote ontdekkingstocht. Waarbij ik ook tot heel onverwachte vondsten kwam, waarvan ik beslist wilde dat ze in het verhaal verwerkt werden.

 

Het antwoord op bovenstaande vraag is dus tweeledig: ik ben bevestigd in wat ik gevonden heb, en tegelijkertijd kwam ik tot nieuwe inzichten. Ik kijk dus niet anders tegen deze oorlogsgeschiedenis aan en tegelijkertijd ook weer wel. En ik weet nu ook: je kunt van te voren een vaststaand idee voor een verhaal hebben, maar een deel van het verhaal vormt zichzelf.

 

Reageren

Terug naar de blogpagina