Kastanjeboom
Mail Facebook Twitter Instagram

12 maart 2013

Kastanjeboom

Foto: Stichting Support Anne Frank Tree.

 

‘Niemand wil een stuk van de Anne Frankboom’ en ‘Anne Frankboom is opgegeven’ las ik van het weekend in de krant. De eigenaar, Henric Pomes, komt maar niet van de kastanjestronken af.

 

De wereldberoemde boom, waarnaar Anne Frank keek vanuit het raam van haar schuilplaats in het Achterhuis, waaide in augustus 2010 om.

 

Ik las Annes dagboek toen ik net iets jonger was dan zijzelf. Het maakte grote indruk op me, omdat ze ondanks de typische oorlogssituatie ook vertelde over dingen waar meisjes van mijn leeftijd zich mee bezighielden. Pas later, toen ik het dagboek weer opnieuw las, maakte het me bewust van de vanzelfsprekende vrijheid die ik als kind had en die Anne was ontnomen. Ik kon me niet helemaal voorstellen hoe het was om altijd opgesloten te zitten, maar in de drie passages waarin ze de boom noemt, wordt haar verlangen naar buiten tastbaar voor de lezer. De boom is als het ware een vrijheidssymbool geworden.

 

Het eerste wat ik dacht toen ik de kop van het artikel las was: ik wil wel een stuk hebben. Erg realistisch is dit niet, want de stronken zijn anderhalf tot twee meter. Die passen niet zomaar even in de achterbak van je auto. Maar net als dat ik best graag een stukje van de Berlijnse Muur zou willen hebben – die je overigens nog steeds kunt kopen voor een monsterlijk bedrag in de shop tegenover ‘Checkpoint Charlie’- is het voor mij een onverdraaglijke gedachte dat dit stuk geschiedenis zomaar verdwijnen zal.

 

In de Hongerwinter was hout een eerste levensbehoefte geworden. In de literatuur die ik heb gelezen om een sfeerbeeld te krijgen voor ‘De laatste winter’ kwam dat steeds naar voren. De inwoners van Amsterdam zaagden stiekem de takken van alle bomen af waar ze bij konden. Ze zochten in het donker naar kolengruis en wrikten de houten tramblokjes tussen de rails uit.

 

Ze deden alles om te overleven. Ik weet niet of de kastanjeboom bij het Achterhuis in de winter van 1944 ook belaagd is door hongerige Amsterdammers op zoek naar brandhout voor hun noodkachels. Anne was toen al weggevoerd uit haar schuilplaats en had het in het kamp misschien nog wel kouder dan haar vroegere stadsgenoten.

 

Ik hoop dat er iemand komt die de boom redt. Al is het maar omdat ik gewoon niet wil dat er niets tastbaars overblijft van de woorden die Anne lang geleden schreef:

 

Wij keken alle twee naar de blauwe hemel, de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden, naar de meeuwen en de andere vogels die in hun scheervlucht wel van zilver leken. Dat alles ontroerde en pakte ons alle twee zo, dat we niet meer konden spreken“. (13 mei 1944)

 

Reageren

Terug naar de blogpagina