500 woorden
Mail Facebook Twitter Instagram

1 juli 2013

 

Van mijn uitgever kreeg ik laatst het verzoek of ik iets wilde schrijven over De laatste winter voor het blad van de ECI. Daar ben ik heel blij mee, natuurlijk wilde ik dat.

 

In september zal het thema van het magazine familie zijn en bij de ECI vonden ze mijn boek daar wel bij passen. Dat vind ik zelf eigenlijk ook en ik raakte meteen enthousiast.

Bovendien moest ik mijzelf in datzelfde stukje introduceren. In totaal kreeg ik ruimte voor ongeveer 500 woorden. 500 woorden is te weinig! 500 woorden is niks om te schrijven over de vele thema’s die naar mijn mening in ‘De laatste winter’ voorkomen. Voor een stukje over mijzelf als schrijver heb ik niet zoveel woorden nodig, maar als ik over mijn boek begin…

 

In de eerste plaats gaat De laatste winter inderdaad over familie: over een gezin dat ingehaald wordt door de gebeurtenissen van de oorlog en daarmee moet leren omgaan. Bovendien gaat het over overleven. Of dat nu in een concentratiekamp, of in de Hongerwinter in Amsterdam is, alle personages zijn bezig met hun eigen overlevingsstrijd.

 

Het boek gaat bovendien ook over de rol die we allemaal hebben in een gezin, over een moeder-dochter relatie, over hoe je met rouw en verlies omgaat, en over hoe je de draad oppakt van het leven als alles weer ‘normaal’ wordt. En dan heb ik het nog niet eens over de historische gebeurtenissen in het boek gehad: naast de Hongerwinter natuurlijk de razzia van Putten, het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg, het bombardement op de schepen in de Lübecker Bocht.
 
Jullie zien het, stof genoeg om over te schrijven en zelfs in dit blog draaf ik alweer een beetje door. Want doordringen tot de kern van je eigen boek in 500 woorden is een hele uitdaging.
De eerste versie van het stuk voor ECI was natuurlijk te lang. En dan moet je gaan schrappen. Maar wat wil je erin houden en wat is minder relevant?
 
Ik had hulp nodig en gelukkig heb ik een meester-schrapper in huis.
Vraag het mijn kinderen maar. Naar wie gaan ze toe als hun werkstukken of essays de grens van de toegestane woorden overschrijdt? Wie weet de relevante kern te laten staan en de langdradige prietpraat er uit te filteren?
 
Ze gaan in ieder geval nooit naar hun moeder; de schrijfster.
Nee, ze gaan altijd naar hun vader; mijn onvolprezen echtgenoot.
De meester-schrapper heeft ook nu zijn kunsten op mijn stukje losgelaten.
 
Waarmee ik keurig op 521 woorden uitkwam. Niks uitvoerig gewauwel, maar een strakke, goed geregisseerde tekst is het geworden.
 
In september te lezen in het ECI magazine!

 

Reageren

Terug naar de blogpagina