Koning in het Noorden
Mail Facebook Twitter Instagram

Christian II Elisabeth van Denemarken Middeleeuwse kalender
Christian II Elisabeth van Denemarken Maanden
Christian en Duveke Albrecht Dürer Lucas Cranach de Oude
Sigbrit en Duveke Albrecht Dürer Lucas Cranach de Oude

 

Christian II, koning met twee gezichten?

 

Van Christian II van Denemarken wordt vaak gezegd dat hij weifelmoedig en besluiteloos was. Hij vertrouwde zijn minnares Duveke en haar moeder Sigbrit blindelings. Mede hierdoor en ook vanwege zijn denkbeelden en hervormingen vervreemde hij van zijn eigen adel. Uiteindelijk leidde dit alles tot zijn val.

 

Ondanks al zijn macht kon hij niet de vrouw van zijn leven trouwen, of Sigbrit officieel aanstellen tot zijn minister. En kon hij zichzelf zijn? Hoeveel van zijn daden zijn ingegeven door wat het volk (de adel, de keizer, de paus) van hem wilde zien?

 

Kasteel Nyborg

Kasteel Nyborg

Femke in Nyborg

Femke in kasteel Nyborg

 

Christian werd op 1 juli 1481 geboren op Nyborg Slot als derde zoon van Hans van Denemarken en Christine van Saksen. Hij werd vernoemd naar zijn opa, Christian I van Denemarken. Zijn broer Hans was voor zijn geboorte gestorven en ook zijn broer Ernst overleed jong. Daarom werd Christian als troonopvolger van zijn vader gekozen. Dit gebeurde in Denemarken al in 1487, in Noorwegen in 1489 en in Zweden (pas) in 1497. In Scandinavië kende men destijds geen erfopvolging van het koningschap, vandaar dat het zo belangrijk was dat Christian echt als opvolger van zijn vader werd aangewezen.

 

Een van de mythes die rondom Christians jeugd zijn ontstaan, is dat een aap uit de koninklijke menagerie ontsnapte en de prins uit zijn wieg haalde. Het dier nam Christian mee naar het dak van het kasteel, maar legde hem later terug. Waar of niet, in ieder geval is het een mooi verhaal. Het is gedeeltelijk in Koning in het noorden terechtgekomen en naar aanleiding van deze anekdote heb ik mijn Christian een voorliefde voor hoogtes meegegeven.

 

Amagertorv

Amagertorv in Kopenhagen. Links de plek waar het huis van de familie Bogbinder stond.

 

Højbro plads

Het huis van de Bogbinders ligt rechts (niet in beeld). We kijken uit over de Højbro plads. De toren in de verte is van Christiansborg, ooit het koninklijke paleis.

 

Op een gegeven moment in zijn jeugd liet koning Hans Christian in het gezin van de koopman Hans Bogbinder opnemen. Hij woonde toen dus niet op Københavns Slot, maar wel zo dichtbij dat de koning hem kon bezoeken. De koninklijke wijngaard grensde aan de tuin van de koopman. Bogbinders zonen Ambrosius en Hans hadden ongeveer dezelfde leeftijd als de prins. Ambrosius volgde later zijn vader op als burgemeester van Kopenhagen en Hans volgde Christian in ballingschap in de Nederlanden na zijn val. Hoe lang Christian bij de Bogbinders bleef is onduidelijk. Het kan zijn dat hij aan het eind van de zomer alweer terug was op Københavns Slot, het kan ook zijn dat hij langere tijd bij de koopman heeft gewoond.

 

Christians eerste leermeester was de kanunnik Jørgen Hintze die de onstuimige prins tussen zijn koorknapen in de Onze-lieve-vrouwenkerk in Kopenhagen zette en hem psalmen liet zingen als hij ongehoorzaam was. Dat was tegen de zin van koning Hans en daarom kreeg zijn zoon een andere leraar: de Duitse mester Conrad. Bovendien liet zijn vader Christian weer op het kasteel wonen.

 

Rosentårnet

Rosentårnet, waar Christian verbleef in Bergen.

 

 

 

 

Ridderzaal Kongshallen

 

 

 

Naast Rosentårnet stond Kongshallen, met een grote ridderzaal. In deze zaal gaf Christian vermoedelijk het feest waar hij Duveke ontmoette.

 

In 1506 stuurde de koning zijn zoon naar Noorwegen, waar hij als stadhouder/onderkoning fungeerde. In 1507 was Christian in Bergen, waar hij een bal gaf ter ere van de voornaamste burgers in de stad. Sommige bronnen zeggen dat dit feest in het Raadhuis heeft plaatsgevonden, andere beweren dat het op Kongsgården (nu Bergenshus) werd gehouden. Hoe dan ook, de bronnen zijn het er allemaal over eens dat Christian bij dit bal Duveke voor het eerst heeft gezien. Het meisje was negentien, Christian zesentwintig. De literatuur is ook eensgezind over het feit dat het voor in ieder geval de prins liefde op het eerste gezicht was, en dat hij diezelfde avond nog haar moeder Sigbrit om toestemming vroeg om de nacht met Duveke door te brengen.

 

Blijkbaar was Christian zo verliefd op Duveke, dat hij haar (en haar moeder) meenam naar Oslo. Op een steenworp afstand van de burcht liet hij een huis voor haar bouwen in de baai, zodat hij haar gemakkelijk kon bezoeken. De jaren 1507-1513 waren relatief rustig voor het paar; hun relatie hield in ieder geval stand en er zijn geen aanwijzingen dat er andere vrouwen waren in Christians leven. Deze jaren hebben waarschijnlijk de kiem gelegd voor het vertrouwen dat de prins later in de twee vrouwen stelde.

 

Er veranderde veel voor Christian toen zijn vader Hans onverwacht stierf in februari 1513 na een val van zijn paard. Ten eerste moest hij worden gekozen tot koning. In Denemarken ging dit gemakkelijk en in Noorwegen ook relatief simpel. In Zweden werd hij uiteindelijk aanvaard, maar het duurde nog tot 1520 voor hij daar echt tot koning gekroond werd. Zweden was altijd al een ‘opstandig kind’ als het erop aan kwam, ook koning Hans had heel wat te stellen gehad met het land. Voortdurend rebelleerde het tegen Denemarken. Een jaar later was Christian zijn Zweedse kroon dan ook weer kwijt.

 

Elisabeth van Denemarken

Elisabeth, de Christians koningin.

 

Om wettige nakomelingen te krijgen trouwde Christian in 1514 met Isabella van Habsburg, de zus van keizer Karel V. In Denemarken werd zij Elisabeth genoemd. Hij gaf Duveke echter niet op. Toen hij koning werd had hij zijn minnares en haar moeder Sigbrit meegenomen naar Kopenhagen en hun het landgoed Hvidøre gegeven dat even buiten de stad lag. Later kocht hij een huis (stadsboerderij) voor hen in het centrum van Kopenhagen, op loopafstand van zijn kasteel. Duveke had ook een eigen kamer in het kasteel, maar Christian liet haar nooit officieel bij zich wonen. In de literatuur heb ik gevonden dat tijdgenoten over het paar zeiden dat ze ‘als man en vrouw samenleefden’ maar tegelijkertijd is het duidelijk dat Duveke altijd haar eigen huis heeft gehad. Waarom woonde Duveke niet bij Christian, zoals wel vaker voorkwam bij vorsten met een maîtresse? Misschien heeft het feit dat zijn schoonfamilie fel tegen haar was er iets mee te maken, of kwam het doordat Duveke niet van adel was en Christian zijn gevolg niet te veel voor het hoofd wilde stoten.

 

In 1517 stierf Duveke onverwachts. Haar dood is nog altijd niet opgehelderd, maar er wordt beweerd dat ze vergiftigde kersen had gegeten. Had Christians schoonfamilie daar iets mee te maken? Of was het zijn vroegere kanselier Valkendorf, zoals Sigbrit vermoedde? Christian zelf liet de edelman Torben Oxe terechtstellen voor haar dood, maar er zijn geen bewijzen dat deze edelman de kersen naar Duveke heeft gestuurd.

 

Na de dood van Duveke schijnt Christian wantrouwiger en onberekenbaar geworden te zijn. Hij had nooit meer een (officiële) minnares. De relatie met zijn vrouw Elisabeth werd beter en hij vertrouwde haar en Sigbrit blindelings. De relatie met de moeder van zijn vroegere minnares werd nog hechter, dit tot groot verdriet van zijn adel. De Deense edelen hadden gehoopt dat Sigbrit zou worden weggestuurd nu Christians geliefde niet meer leefde. Niets was minder waar; hij liet haar toe bij de bevallingen van Elisabeth en vertrouwde zijn kinderen aan haar toe. Ze was zijn voornaamste raadgeefster en hij liet zijn koninkrijk aan haar en zijn vrouw over als hij op reis ging. Ze beheerde de tol over de Sont. Hij gaf haar privileges die alleen adellijke mannen normaal kregen, zeker geen vrouw, een buitenlandse bovendien.

 

Bloedbad van Stockholm

Het bloedbad van Stockholm op een wandtapijt op Christianborg in Kopenhagen.

 

Het zou kunnen dat Christian na de dood van Duveke een tijdje de weg kwijt was, letterlijk buiten zinnen van verdriet. Zo liet hij in 1520 na het drie dagen durende kroningsfeest na zijn zalving tot koning van Zweden een groep edelen en burgers executeren. Hij probeerde zich weliswaar in te dekken door in een brief naar de paus te verklaren dat deze groep zich tegen hem had gekeerd en ze ketters waren, maar het bleef een vreemde en wrede beslissing. Dit moeten we uiteraard in het licht van de zestiende eeuw zien, waarin vorsten vaak ongelooflijk meedogenloos konden optreden, maar in de literatuur wordt ook gezegd dat het vermoeden bestaat dat de dood van Duveke Christian transformeerde tot een misantroop.

 

In 1521 maakte hij volkomen onverwachts een reis naar de Nederlanden. Het was zijn droom om van zijn rijk een moderne handelsnatie te maken en hij kwam terug met allerlei ideeën. Hij wilde zijn kanselarij reorganiseren om zo meer controle te krijgen over de inkomsten van de belastingen. Hij maakte plannen om de export uit te breiden en van Kopenhagen, Malmö, Stockholm en Bergen in Noorwegen machtige koopmanssteden te maken als tegenhangers van de Hanzesteden. Hij wilde het muntsysteem aanpakken en schafte de slavernij voor boeren af.

 

Tijdens Christians leven was de Renaissance in volle gang. De aflaathandel vierde hoogtij, en het humanisme en de Reformatie probeerden een alternatief te bieden.

 

Christian stond in verbinding met grote denkers en kunstenaars als Erasmus, Dürer, Cranach en Luther. Hij besefte dat de pas uitgevonden boekdrukkunst een machtig pr-wapen kon zijn en deze nieuwe techniek werd door hem ten volle benut toen hij in ballingschap ging en zijn zaak in verschillende landen bepleitte om zo steun te krijgen. Zo verspreidde hij bijvoorbeeld zijn portret zodat iedereen wist wie hij was en hoe hij eruitzag.

 

Al die nieuwe ideeën en hervormingen gingen te snel en waren voor een groot deel in het voordeel van de koopliedenstand en in het nadeel van de Hanzesteden, de adel en de kerk. Ze leidden tot Christians val.

 

In 1523 vluchtte Christian met vrouw, kinderen, Sigbrit en een paar dozijn vertrouwelingen naar de Nederlanden, nadat zijn Rijksraad het vertrouwen in hem had opgezegd. Hij klopte aan bij Margaretha van Oostenrijk, de tante van zijn vrouw. In de Nederlanden gingen de wegen van Sigbrit en Christian uiteen.

 

Vlucht naar de Nederlanden

De vlucht naar de Nederlanden.

 

 

 

 

Handtekeningen Christian en Elisabeth

 

 

 

Christian en Elisabeth schrijven in 1525 het bestuur van Antwerpen aan. Hij ondertekent "Christiernus", zij "Ysabeau, zuster van Karel de Vijfde".

 

In de jaren daarna was Christian bezig om steun te verzamelen voor zijn zaak, namelijk het terugveroveren van zijn troon. Hij probeerde geld los te krijgen bij zijn familie in Duitsland, schoonfamilie in de Nederlanden, en bij de koning van Engeland. Ook zette hij steeds meer druk op zijn schoonfamilie, vooral op keizer Karel V, om de rest van de bruidsschat voor zijn vrouw uit te betalen. Hij had nog altijd een paar honderdduizend goudguldens tegoed. Keizer Karel zwichtte pas 8 jaar later, in 1531.

 

Toen kreeg hij een vloot schepen en een leger, en hij zeilde 24 oktober 1531 weg uit Medemblik. Helaas werd zijn vloot door een storm uiteengedreven en hij landde met minder dan 5.000 mannen in het Zuiden van Noorwegen. Hij hield een tijdje stand, maar werd beloofd dat hij onder vrijgeleide naar Kopenhagen mocht komen om met zijn oom (die de Deense troon had bestegen) te onderhandelen. Hij ging op zijn verjaardag, 1 juli 1532, naar Denemarken. Helaas voor Christian was de vrijgeleide een leugen en hij werd meteen gevangen genomen.

 

Kasteel Sønderborg

Kasteel Sønderborg, waar Christian is overleden.

 

Tot aan 1549 zat hij vast in Sønderborg Slot, daarna, tot aan zijn dood in 1559, in kasteel Kalundborg. Hij was ex-koning, dus zijn gevangenschap was redelijk comfortabel. Hij had goede kleren en eten en mocht bv. paardrijden buiten het kasteel. Hij is de enige Deense koning die twee van zijn opvolgers (zijn oom Frederik I en diens zoon Christian III) heeft overleefd.

 

Terug naar boven

 

Isabella van Habsburg (Elisabeth van Denemarken)

 

Isabella werd in 1501 geboren in Brussel als prinses van Bourgondië en Oostenrijk. Deze vorstenhuizen waren met elkaar verbonden door het huwelijk van Maximiliaan van Oostenrijk met Maria van Bourgondië. De families heersten onder andere over de Nederlanden.

 

Jeugd

Na de dood van haar vader Philip de Schone, bleef Isabella aan het hof van haar tante Margaretha van Oostenrijk en groeide daar op. We weten niet veel over haar vroegste jeugd en alles wat we wel weten is omdat haar broer Karel V erbij betrokken was. Hun tante Margaretha voedde de kinderen van haar broer beschermd op: ze kwamen niet veel met andere mensen in aanraking die Margaretha niet zelf had uitgezocht en kwamen ook geen mensen tegen uit een andere laag van de bevolking dan van hun eigen stand.

 

Vlucht naar de Nederlanden

Standbeeld van Margaretha van Oostenrijk op de Grote Markt in Mechelen

Handtekeningen Christian en Elisabeth

Het paleis van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen.

 

Isabella verbleef het grootste deel van haar kindertijd in Mechelen. De eerste kindermeid van de kleine prinsessen was Anne de Beaumont, daarna gaf Louis Vacca de prinsessen drie jaar lang les samen met hun broer Karel.

 

De taal die aan het Mechelse hof werd gesproken was Frans en dit was de taal die Isabella vanaf haar jeugd sprak. Margaretha noemde haar dan ook Isabeau. De brieven die Isabella in haar jeugd schreef, waren ook in het Frans. Ze leerde ook Latijn.

 

Huwelijk

Voordat er een huwelijk tot stand kwam tussen Christian II en Isabella, waren er in 1509/1510 vergevorderde onderhandelingen voor een verbintenis tussen haar en hertog Karel van Gelre gevoerd. De hertog had een gloeiende hekel aan de Bourgondiërs en streed enige tijd tegen hen. In 1505 had hij zich overgegeven aan Philip de Schone, maar hij hervatte later de strijd. Door middel van een huwelijk zou men de strijdbijl misschien kunnen begraven. De onderhandelingen liepen uiteindelijk stuk en de regering in de Nederlanden meende dat ze wel zonder de vriendschap van de hertog kon. Overigens was Karel van Gelre drieëndertig jaar ouder dan Isabella!

 

Vanaf 1507 had koning Hans van Denemarken verschillende onderhandelingen gevoerd met betrekking tot een huwelijk voor zijn zoon Christian, maar de prins had zelf geen enkele interesse getoond omdat hij in het Noorse Bergen zijn minnares Duveke was tegengekomen met wie hij zo goed als samenleefde. In 1513 was Christian al bijna tweeëndertig jaar en het werd tijd dat hij trouwde. Het oog van koning Hans viel op een dochter van Philip de Schone. Het Deense koningshuis zou op die manier worden verbonden met keizer Maximiliaan en Christian zou de zwager worden van hertog Karel, die op dat moment al heer was over voor Denemarken belangrijke steden. Bovendien wist men dat de prinsessen van de Habsburgse Oostenrijkse dynastie een grote bruidsschat meekregen. Koning Hans wilde eigenlijk Isabella’s oudere zus Eleonora voor zijn zoon omdat ze niet zo jong meer was en bekend stond om haar schoonheid. Toen dat niet lukte nam hij genoegen met Isabella, zelfs al was ze op het moment van onderhandelen nog geen dertien jaar.

 

Het huwelijkscontract werd op 29 april 1514 ondertekend en is in het Latijn opgesteld. De bruidsschat werd vastgesteld op 250.000 Rijnse guldens, uitgezonderd kleding, sieraden en uitzet. Tweederde moest worden opgebracht door Spanje en een derde door de Bourgondische landen. Isabella kreeg een door Christian te betalen jaarlijkse toelage van 25.000 gulden. Als onderpand werden verschillende steden en kastelen in Sleeswijk-Holstein en op de Deense eilanden Lolland en Falster gegeven. Als deze onderpanden niet genoeg opbrachten, moest Christian het bedrag zelf aanvullen tot 25.000 gulden.

 

Op 11 juni 1514 (de eerste zondag na Pinksteren) werd de bruiloft gevierd in Brussel. Isabella en Christian hadden elkaar nog nooit gezien, zelfs nooit gesproken. Ze spraken elkaars taal niet. De bruidegom was bijna drieëndertig jaar, de bruid pas dertien. Christian was in Denemarken en liet zijn afgezant Mogens Gøje met de prinses trouwen.

 

De ring die Gøje aan de linkerhand van de prinses schoof was van goud met een saffier en de inscriptie Ave Maria gr. Dit is de eerste zin van het weesgegroetje: Ave Maria, gratia plena. Deze ring wordt nog steeds bewaard op Rosenborg Slot in Kopenhagen. De gelofte van Mogens Gøje was opgesteld in het plat-Duits en hij luidde: Ik Magnus Goye, plaatsvervanger van Christiern, koning van Denemarken, geef hoogachtende vorstin Elisabeth van Oostenrijk en Bourgondië mijn trouw, kracht en volmacht die mij is gegeven.’

 

Na de maaltijd werd de bruid de bruidskamer ingeleid en in een kostbaar bruidsbed gelegd. Het gezantschap van Christian kwam de kamer binnen en Mogens Gøje ging volledig gekleed naast Isabella liggen. Dit was in die tijd niets aanstootgevends, het was gewoon een vorstelijk gebruik. Het duurde nog een jaar voordat de prinses haar vaderland verliet en naar Kopenhagen ging.

 

Strand van Hvidøre

 

Strand van Hvidøre

Femke bij Hvidøre

Femke bij Hvidøre.

Plek waar Christians landgoed bij Hvidøre lag

Plek waar Christians landgoed bij Hvidøre lag.

 

Begin zomer 1515 werd er een vloot uitgerust om de prinses uit de Nederlanden te halen. Isabella zag uit naar de reis. Ze wist niets van de relatie tussen Christian en Duveke en ze zag een stralende toekomst voor zich. De zeereis verliep echter niet geheel vlekkeloos, Isabella werd ziek en ging een groot gedeelte over land. Waarschijnlijk heeft een hofdame haar ingelicht over Duveke, dus ze wist vermoedelijk al van de ontrouw van haar man voordat ze hem voor het eerst ontmoette. Christian had een klein landgoed in het dorp Hvidøre aan Duveke en Sigbrit geschonken en het was vlakbij dit huis dat hij zijn vrouw voor het eerst zag. Duveke kon zo uit het raam kijken om Isabella’s aankomst te volgen.

 

Zodra ze in Denemarken aankwam heette ze niet langer Isabella, maar werd voortaan Elisabeth genoemd.

 

De jonge vrouw werd niet zo gelukkig als ze zich als kind had voorgesteld. De koning bewees zijn vrouw wel alle eer die haar toekwam, maar zijn hart behoorde toe aan Duveke en het duurde lang voordat Elisabeth zijn liefde won. Maar haar omgeving won ze spoedig voor zich, niet alleen haar onderdanen maar ook de machtige hofadel die verschrikkelijk verbitterd was over de invloed van Duvekes moeder Sigbrit op de regering. Dat Elisabeth zich ongelukkig voelde blijkt uit een briefwisseling met haar zus Eleonora. Eleonora was verliefd op Frederik von Pfalz, uit het gevolg van Philip de Schone.

 

Elisabeth was de vertrouwelinge van haar zus geweest bij deze verhouding. Toen ze in Denemarken was schreef ze een aantal brieven aan Eleonora waaronder één waarin ze zei dat het pijn deed dat vrouwen een man moesten trouwen die ze nooit hadden gezien, een man van wie ze niet hielden en wiens gewoonten ze niet kenden. Ze moesten hem volgen naar het uiteinde van de aarde, zonder enige hoop ooit nog hun vaderland of hun verwanten terug te zien. De titel van ‘koningin’ was leeg, die moest men zien te vermijden en verafschuwen als een slang waarop men trapte.

 

Ondanks het feit dat Christian Duveke nooit opgaf tot aan haar dood in 1517, bleef Elisabeth veel genegenheid voor hem voelen en na de dood van zijn minnares groeiden de twee echtelieden naar elkaar toe. Ze volgde hem later ook in de Lutherse leer. Ook Sigbrit en Elisabeth hadden een merkwaardig goede verhouding. De jonge koningin leerde Deens en ze was buitengewoon geliefd bij de Deense bevolking.

 

Kinderen van Christian en Elisabeth

De kinderen van Christian en Elisabeth geschilderd door Jan Gossaert (Jean de Mabuse)

 

Christian en Elisabeth kregen de volgende kinderen: Hans (geboren 21 februari 1518, gestorven 11 augustus 1532), Maximilian en Filip (een tweeling, geboren in 1519 en kort na hun doop in 1519 gestorven), Dorothea (geboren 10 november 1520 en in 1535 getrouwd met keurvorst Frederik II von Pfalz, gestorven in 1580) en Christine (geboren eind 1521, getrouwd met 1. Hertog Frans II Sforza di Milano en 2. Hertog Frans I van Lotharingen, gestorven 10 december 1590)

 

Toen Christian in 1523 werd afgezet en met zijn gezin en gevolg moest vluchten, schreef Frederik I dat zijn vrouw met haar kinderen in Denemarken mocht blijven. Elisabeth antwoordde: Ubi rex meus, ibi regnum meum (waar mijn koning is, daar is mijn koninkrijk) en ze volgde haar man naar de Nederlanden.

 

St. Gummaruskerk Lier

De St. Gummaruskerk in Lier

Plek waar Christian woonde in Lier

 

 

 

De plek waar Christian en Elisabeth woonden in Lier.

Grote Markt Lier

 

 

 

Grote Markt in Lier.

 

In 1524 schonk Margaretha van Oostenrijk Christian en Elisabeth een oud kasteel in Lier. In 1496 hadden Elisabeths ouders hier hun bruiloft gevierd. Het kasteel en de bijgebouwen waren omgeven door een gracht en hoge muren en het kleine hof werd zo geïsoleerd van de rest van de stad. Naast het kasteel lag de grootste kerk van Lier: de Sint Gummaruskerk. Nu is er weinig over van het kasteel. Het heet tegenwoordig Hof van Denemarken en in de negentiende eeuw kreeg de straat waar het vlakbij ligt de naam Deensestraat. Een marmeren plaat op de muur herinnert aan de tijd van Christian en Elisabeth met de tekst: Christian II, koning van Denemarken woonde hier van 1524-1530.

 

Kasteel Zwijnaarde

 

 

 

 

 

Kasteel Zwijnaarde

Tombe van Elisabeth in Gent

Tombe van Elisabeth in de Pieterskerk te Gent.

grafsteen Elisabeth Odense

 

 

 

 

 

Grafsteen voor Elisabeth in de Knudskirke in Odense.

 

In 1526 stierf Elisabeth, slechts vijfentwintig jaar oud, na een kort ziekbed op kasteel Zwijnaarde. Om haar kinderen te beschermen en ervoor te zorgen dat haar familie hen ook zou helpen nadat ze gestorven was, was ze weer teruggekeerd naar het katholieke geloof.

 

Na haar dood nam Margaretha van Oostenrijk de kinderen van Christian en Elisabeth inderdaad onder haar hoede. Ze zijn goed terechtgekomen in het leven en trouwden goede partijen.

 

Altaar in Odense

 

Altaar in St. Knuds kerk in Odense. Rechts koning Hans, achter hem zijn zoon Christian II.

Altaar in Odense

Links koningin Christine, achter haar haar schoondochter Elisabeth.

Femke steekt kaars op in Odense

Femke steekt kaars op in Odense voor Christian en Elisabeth.

 

Christian liet de kunstenaar Jean de Mabuse een prachtige tombe ontwerpen voor zijn koningin. Deze stelde Elisabeth liggend voor met een kroon op het hoofd en met gevouwen handen. Tijdens de Beeldenstorm werd de tombe vernield. In 1883 werden zowel Elisabeth als haar zoon Hans naast Christian herbegraven in de St. Knuds Kirke in Odense in Denemarken.

 

Ontwerp voor grafmonument Elisabeth

Ontwerp van een monument voor Elisabeth van Denemarken door Jan Gossaert (Jean de Mabuse).

 

Terug naar boven

 

De namen van de maanden van het jaar

 

De namen die wij nu gebruiken zijn afgeleid uit het Latijn, van de namen die de Romeinen gebruikten. Vanaf de 7e eeuw worden deze namen (met de verbreiding van het Christendom in Noordwest-Europa geleidelijk in gebruik genomen. Daarvóór gebruikten de mensen in ons woongebied eigen, Germaanse namen.

Deze namen geven de belangrijke gebeurtenissen in het jaar weer voor een boerensamenleving: lentemaand, bloeimaand, oogstmaand, zaaimaand, slachtmaand. Zie verder de tabel:

 

Moderne naam (uit het Latijn) Oude naam in de Noordelijke Nederlanden Oude naam in de Zuidelijke Nederlanden Oude naam in Denemarken
Januari Louwmaand Nieuwjaarmaand Glugmåned
Februari Sprokkelmaand Schrikkelmaand Blidemåned
Maart Lentemaand Lentemaand Tormåned
April Grasmaand Grasmaand Fåremåned (Faremåned)
Mei Bloeimaand Bloeimaand Majmåned
Juni Zomermaand Zomermaand Hømåned (Skærsommer)
Juli Hooimaand Hooimaand Ormemåned
Augustus Oogstmaand Koornmaand Høstmåned
September Herfstmaand Herfstmaand Fiskemåned
Oktober Wijnmaand Zaaimaand Sædemåned (Liljemåned)
November Slachtmaand Slagtemåned Slachtmaand
December Wintermaand Wintermaand Julemåned (Kristmåned)

 

In het Nederlandse taalgebied zijn die oude namen ook nog eeuwenlang gebruikt, nu zijn zij in onbruik geraakt. De Franse revolutionairen hebben een heel nieuw kalendersysteem ontworpen, met “revolutionaire” namen voor de maanden. In het onder Frans bewind staande Koninkrijk Holland, dat van 1806 tot 1810 heeft bestaan (onder koning Lodewijk Napoleon Bonaparte, de broer van Napoleon), was het verplicht om de oude Nederlandse namen voor de maanden te gebruiken. Maar toen hij was afgezet is men weer de Latijnse namen gaan gebruiken. Ook de schrijver Guido Gezelle heeft geijverd om de Nederlandse namen weer in te voeren. Omdat deze namen als oer-Nederlands gezien werden, zal het niemand verbazen dat rond 1935 de leden van de NSB, de Nationaalsocialistische Beweging, de Latijnse namen links lieten liggen en weer de Nederlandse maandnamen ging gebruiken.

 

Tot 1500 worden de namen van maanden minder vaak gebruikt om akten te dateren. Men gebruikte de heiligenkalender, elke dag was wel de naamdag van een of andere heilige. Zo schreef men bijvoorbeeld niet “op de 11e dag van november” maar “op Sint-Maartens dag”. In de vroege 16e eeuw worden vooral maanden en dagen gebruikt in akten, zoals “26e dag van maart”. Akten werden opgesteld voor de bovenlaag van de samenleving, door professionele schrijvers, die allen Latijn konden lezen en schrijven. Voor 1500 waren zeer veel akten ook in het Latijn opgesteld, wat zou kunnen verklaren dat de Latijnse maandnamen gebruikt werden door de elite. Wij vermoeden dat de boeren en burgers eerder de Nederlandse maandnamen hebben gebruikt, maar kunnen dat niet bewijzen omdat daar geen bronmateriaal over bekend is.

 

Als laatste nog de vraag: wat was de eerste maand van het jaar? Voor de Romeinen was dat maart, de maand waarin de lente begon en het nieuwe leven (de lammetjes, de bloemen buiten) weer geboren werd. We zien dat nog aan september (septa – 7), oktober (octa – 8), november (nona – 9) en december (deca - 10). December is bij ons de 12e maand, terwijl het voor de Romeinen de 10e was.

 

In de tijd van Christian II begon het nieuwe jaar met Pasen, het belangrijkste Christelijke feest. Dat is voor ons verwarrend, want als je op een akte “15 april 1510” ziet staan, dan moet je weten wanneer Pasen viel in dat jaar. Viel Pasen op of vóór 15 april, dan was het jaar 1510, ook volgens onze kalender. Maar viel het ná 15 april, dan was het nieuwe jaar nog niet begonnen voor de mensen van toen. Terwijl wij nu al vanaf 1 januari zouden zeggen dat het jaar 1511 al begonnen was. In Vlaanderen en Brabant was Goede Vrijdag (vrijdag voor Pasen) de eerste dag van het jaar, in de rest van de Lage Landen was dat Stille Zaterdag (zaterdag voor Pasen). Deze jaarstijl wordt Paasstijl genoemd.

 

Sinds wanneer begint ons nieuwe jaar dan op 1 januari? In de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen) is dit op 31 december 1575 gebeurd. De volgende dag, 1 januari, begon daar het jaar 1576. In De Noordelijke Nederlanden (Holland en Zeeland) zijn in de periode 1544-1563 steeds meer mensen overgegaan om het jaar op 1 januari te laten beginnen. Pas in 1571 werd besloten dat dit systeem voorgoed zou worden ingevoerd in de Noordelijke Nederlanden. Dus op 31 december 1571 volgde 1 januari 1572, in het hele land.

 

Terug naar boven

 

Sigbrit en Duveke, twee Amsterdamse vrouwen aan het hof van Christian II

 

Mijn zoektocht naar informatie over Sigbrit Willemsdr. (ook wel Sybrich of Syberich) was moeizamer dan die naar Christian. Dit kwam vooral omdat er weinig bronnen waren over haar. In de zestiende eeuw waren er nog geen doop-, trouw- en begraafregisters en ze heeft nauwelijks sporen achtergelaten in de archieven. Ik was afhankelijk van de literatuur waarin zij genoemd wordt en van de archiefstukken en brieven van Christian II van Denemarken waarin zij voorkomt. Het ontbreken van andere sporen in de archieven doet vermoeden dat zij niet van adel was, maar ze kon wel lezen en schrijven. Er zijn ook geen portretten of iets dergelijks van haar bekend. Wanneer ze wordt beschreven is dat vaak als een grove vrouw van middelbare leeftijd, een beschrijving die haar niet flatteert omdat hij werd gegeven door haar vijanden.

 

Groentenkoopvrouw

17e eeuwse afbeelding van een groentenkoopvrouw.

Pompejus Occo

Pompejus Occo (door Dirck Jacobsz.).

 

Waarschijnlijk kwam Sigbrit uit Amsterdam, waar ze fruit (en eventueel ook groente) verkocht. Haar geboortedatum en geboorteplaats zijn onbekend. Ze moet rond 1510 geboren zijn. In één boek heb ik gevonden dat ze misschien in Hoorn werd geboren en dat ze wie weet wel met een lakenkoopman uit Alkmaar getrouwd was, maar deze informatie heb ik nergens kunnen verifiëren. Over haar familie is weinig te vinden: ze had in ieder geval een zus met de naam Wilm en een broer die Herman heette. Deze Herman werd later leenman op Kongsgården (nu Bergenshus) in Bergen (Noorwegen) en was in dienst van Christian. Herman kende ook Pompejus Occo, de bankier uit Augsburg die zich in 1511 in Amsterdam had gevestigd. Pompejus was Christians factor of agent. Een apotheker met de naam Dionysius komt ook in Sigbrits brieven voor, vermoedelijk was ook hij haar broer. Deze Dionysius wordt aangeduid als Christians apotheker. Sigbrit zelf wist ook veel van kruiden. Later werd dit tegen haar gebruikt en beweerde men dat ze een heks was die de koning in zijn macht had en betoverde met haar brouwsels.

 

Wanneer en waarom deze Sigbrit Willemsdr. in het Noorse Bergen terechtkwam is onbekend. Zij en haar dochter Duveke moeten er voor 1507 al hebben gewoond, want in dat jaar maakte de Deense prins kennis met de twee vrouwen.

 

Sigbrit was getrouwd met ene Nicolaas, maar we weten niet wanneer en waar het huwelijk werd gesloten of hoe lang ze bij elkaar waren. In ieder geval was Sigbrit een alleenstaande vrouw met een kind toen zij in aanraking kwam met Christian. In Bergen dreef ze waarschijnlijk een herberg en/of verkocht brood en gebak op Stranden. Zij werd uitgenodigd op het bal dat Christian gaf ter ere van de belangrijkste burgers in Bergen en het is op dit feest dat haar dochter en de prins met elkaar dansten. Diezelfde avond nog vroeg Christian Sigbrit of zij hem toestemming gaf om de nacht met Duveke door te brengen.

 

Bergen in de 17e eeuw

Bergen in de 17e eeuw. Rechts de wijk waarin Sigbrit en Duveke woonden en werkten.

Hollendergaten

Hollendergaten in Bergen. Hier woonden vooral de Hollanders die handel kwamen drijven.

Sigbrits huis

Femke voor het huis in Hollendergaten waar Sigbrit volgens de overlevering woonde.

Dyvekegangen

Van Hollendergaten loopt een smal weggetje naar zee: Dyvekegangen. Natuurlijk is het café naar Christian en de wijnkelder naar Dyveke vernoemd.

Hollendergaten

Bryggen, hier woonden en handelden de leden van de Hanze (Lübeckers). De voorkant is de "mooie kant".

Hollendergaten

Maar de steegjes er achter geven veel meer het middeleeuwse gevoel.

 

Ik heb er lang over nagedacht waarom een moeder van een eerzaam meisje dit zou toestaan. Het was natuurlijk de zestiende eeuw, een tijd waarin vorsten als een absolute autoriteit werden gezien en veel macht hadden. De literatuur benadrukt overal dat Duveke geen hoer was. Misschien had het meisje zelf aangegeven dat ze de prins zag zitten, misschien was Sigbrit bang dat Christian boos zou worden als ze weigerde en haar privileges zou intrekken. Haar beslissing heeft er in ieder geval toe geleid dat de twee vrouwen mee naar Oslo gingen en dat hun verdere leven onlosmakelijk met dat van Christian werd verbonden.

 

Akershus

 

Steile weg die naar de ingang van kasteel Akershus in Oslo leidt.

Akershus

De binnenplaats van Akershus.

 

 

 

Akershus

 

 

Een van de kamers in Akershus.

Dyvekes hus

Volgens overlevering is dit het huis waarin Duveke woonde, de foto is uit 1910. Het lag aan de baai waaraan ook Akerhus ligt.

Dyvekes hus

Het huis is verplaatst naar een ander deel van Oslo en gerenoveerd. In 2015 stond het te koop; Jan Tomas Espedal maakte toen deze foto.

Dyvekes hus

 

"Dyvekes hus" zoals het tegenwoordig vanaf de weg te zien is.

 

Sigbrit was geen geleerde, maar zoals hierboven gezegd, ze kon lezen en schrijven. Vanwege haar eigen zaak was ze waarschijnlijk ook goed met cijfers. Naarmate haar populariteit bij Christian groeide, kreeg ze meer verantwoordelijkheden totdat ze uiteindelijk de tol over de Sont beheerde en Christians voornaamste raadgeefster was. Haar positie wekte haat op bij de Deense edelen en er kwamen geruchten op gang. Bijvoorbeeld dat ze leden van Christians hofhouding in de winterkou liet staan voor de deur van haar huis, en dat ze had gezegd dat ze de koning in haar macht had en dat hij alles deed wat ze zei zolang hij maar dicht genoeg in haar buurt was. Ook met koningin Elisabeth moet Sigbrit goed hebben kunnen opschieten want samen zorgden ze voor alle regeringstaken als Christian van huis was. Zelfs al werd haar positie nooit geformaliseerd, toch had ze veel invloed.

 

Hvidøre

Op deze plek in Hvidøre stond het huis waar Sigbrit en Duveke, destijds gebouwd door Hans, de vader van Christian. In dit moderne huis leefde douarière-keizerin Maria Feodorovna, moeder van de laatste tsaar Nicolaas II en dochter van de Deense koning Christian IX.

Hvidøre

Het uitzicht over zee dat Sigbrit en Duveke hadden.

Amagertorv

Nu is Amagertorv de P.C. Hooftstraat van Kopenhagen, destijds was het een gebied waar de rijken hun huis hadden en waar er markt gehouden werd.

Amagertorv

Op een hoek van Amagertorv (bij de Niels Henningsens Gade) is de plek waar Sigbrits huis stond. Christian had het gekocht van Mogens Gøje, na hun vlucht is het huis weer in het bezit van de familie Gøje gekomen.

 

Maar toen Christian werd afgezet, was dat ook meteen het einde van Sigbrits macht. Ze volgde hem in ballingschap naar de Nederlanden. Volgens sommige bronnen moest ze aan boord worden gesmokkeld in een ton, omdat ze tegen die tijd zo gehaat werd dat haar anders iets werd aangedaan door de inwoners van Kopenhagen. Bij aankomst in de Nederlanden moest ze vluchten voor landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. Deze kon Sigbrits bloed wel drinken omdat ze zo’n invloed had op Christian en hij jarenlang Sigbrits dochter Duveke -zelfs tijdens zijn huwelijk met Margaretha’s nichtje Isabella (Elisabeth)- weigerde op te geven.

 

Toen Christian in Mechelen aan het hof kwam, verdween Sigbrit. De keurvorst van Brandenburg en de regering in de Nederlanden zochten tevergeefs naar haar. Ze wilden haar verhoren omdat ze dachten dat Christian verborgen schatten had en omdat ze hoopten dat ze staatsgeheimen zou prijsgeven. Vermoedelijk bleven Christian en Sigbrit met elkaar contact houden, maar hoe dat weten we niet.

 

In 1532 zat er een vrouw in de gevangenis van Vilvoorde van wie het vermoeden bestaat dat ze Sigbrit zou kunnen zijn. Deze vrouw is als heks verbrand, maar er bestaat geen bewijs dat ze ook werkelijk Sigbrit was. Daarom is behalve haar geboortedatum, ook Sigbrits sterfdatum onbekend.

 

Duveke (ook wel Duif, Duifje) is zo mogelijk nog ongrijpbaarder dan haar moeder. Over haar is bitter weinig te vinden. Waarschijnlijk werd ze in Amsterdam geboren. In sommige bronnen staat dat ze negentien jaar was toen ze Christian ontmoette, in andere zeventien. Haar geboortedatum wordt dus rond 1490 geschat.

 

Christian en Dyveke

 

Christian II en Duveke (Vilhelm Rosenstand).

 

Duveke moet een echte schoonheid zijn geweest, een van de redenen waarom Christian onmiddellijk voor haar viel. Van haar bestaan helaas ook geen afbeeldingen. Het blonde meisje op het schilderij van Vilhelm Rosenstrand (1885) is een verzinsel van de schilder. Wel is bekend dat zij luit speelde, vandaar dit instrument in haar handen op ditzelfde doek.

 

Dat Sigbrit haar moeder was, staat in ieder geval vast. Duveke wordt dan ook vaak Duveke Sigbritsdochter (of in het Deens Dyveke Sigbritsdatter) genoemd. Haar vader kan Nicolaas zijn geweest, maar op haar verdwenen grafsteen stond dat ze een dochter was van ene Ottaca.

 

Veel meer dan dat ze mooi is geweest en dat ze van Christian heeft gehouden, is niet bekend over Duveke. Daarom heb ik bij het schrijven van Koning in het Noorden een tijdlang gezocht naar hoe ik kleur aan haar moest geven als personage. Ik kon me gewoonweg niet voorstellen dat de prins (en latere koning) zo lang geboeid zou worden door een vrouw als het alleen om het uiterlijk ging. In principe kon hij gemakkelijk aan bedpartners komen tegen wie zijn edelen en schoonfamilie minder bezwaren hadden dan tegen Duveke. Op zich werden minnaressen bij de adel geaccepteerd, aangezien alle huwelijken gearrangeerd waren en alleen plaatsvonden om te zorgen dat de respectievelijke families er beter van werden en om te zorgen voor nageslacht. Christians vader, koning Hans, leefde gescheiden van zijn moeder koningin Christine, en woonde openlijk samen met haar vroegere hofdame Edele Jernskæg. Het feit dat Duveke een burgermeisje was en dat haar moeder zo’n prominente rol speelde aan Christians hof, waren waarschijnlijk genoeg redenen om haar weg te wensen.

 

In 1517 stierf Duveke na een kort ziekbed volkomen onverwachts. Als reden voor haar dood wordt vaak gezegd dat ze vergiftigde kersen had gegeten. Volg voor complottheorieën rond haar dood deze link (link volgt binnenkort). Ze werd begraven bij het Karmelietenklooster in Helsingør.

 

Terug naar boven

 

Albrecht Dürer

 

Albrecht Dürer werd 21 mei 1471 geboren in Neurenberg in Duitsland, als zoon van Hongaarse immigranten en overleed in dezelfde plaats op 6 april 1528. Dat maakt hem 10 jaar ouder dan de Deense koning Christian II.

 

Zelfportret van Dürer.

 

Albrecht Dürer, zelfportret, 1498

 

Dürer heeft zichzelf ook een aantal keren geportretteerd. Een mooi voorbeeld is het zelfportret hierboven, uit 1498, bewaard op het Museo del Prado in Madrid. Het toont een jonge zelfverzekerde meester kunstenaar op het toppunt van zijn roem.

 

Als kunstenaar profiteerde Dürer van de vooruitgang die er in de boekdrukkunst in de tweede helft van de 15e eeuw gemaakt werd. Zijn atelier specialiseerde zich in druktechnieken, waarbij de kopergravure belangrijk was: die maakte een grote oplage mogelijk. Hierdoor werd de verspreiding van zijn werk gemakkelijker en winstgevender. Ook maakte hij reizen naar Italië en kwam zo in aanraking met de schildertechnieken, de cultuur en de filosofie van de Italiaanse renaissance. Daardoor ging hij kunst maken die voor die tijd in Noord-Europa van ongekend hoog niveau was. Daarom werd de populairste en invloedrijkste Noord-Europese kunstenaar van zijn tijd.

 

Vanaf 1512 kwam Dürer in de gunst van Maximiliaan I, de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij werd Dürers voornaamste opdrachtgever en kende hem een lijfrente toe. Maar Maximiliaan stierf op 12 januari 1519 en Dürer moest zekerstellen dat hij ook in de gunst kwam van de nieuwe keizer, Karel V, de kleinzoon van Maximiliaan. Die werd op 23 oktober 1520 in Aken gekroond, en in juli 1520 trok Dürer met zijn vrouw en haar dienstmeid naar Keulen, per Rijnschip, en maakte vervolgens een tocht door de Lage Landen, naar Antwerpen, Nijmegen, den Bosch, Brugge, Gent en Zeeland. Wij weten dat zo nauwkeurig omdat het dagboek dat hij van zijn reizen door de Lage Landen heeft bijgehouden bewaard is gebleven, het bevat een schat aan informatie voor kunsthistorici.

 

Op zijn reizen probeert Dürer zo veel mogelijk mensen van aanzien te spreken, die een goed woordje voor hem zouden kunnen doen bij Karel V. Wat dat betreft was het heel gunstig dat hem in juni 1521 een audiëntie werd verleend door Margaretha van Oostenrijk, de dochter van Maximiliaan I, tante van Karel V en de landvoogdes van de Nederlanden. Zij toonde hem haar collectie schilderijen en haar steun heeft er veel aan bijgedragen dat hij inderdaad ook in de gunst van Karel V is gekomen.

 

Het moet rond die tijd geweest zijn dat Dürer (toen 50 jaar) en Christian II (40 jaar oud), elkaar hebben ontmoet. Bij die gelegenheid heeft Dürer de koning getekend, het portret wordt nu bewaard in het British Museum in Londen.

 

Christian II door Dürer

 

Christian II geportretteerd door Albrecht Dürer.

 

Voor Dürer was de ontmoeting een goede kans omdat Christian de zwager van Karel V was en dus voor hem zou kunnen pleiten, maar Christian II had net zo veel voordeel aan de ontmoeting: je laten tekenen door een van de grootste kunstenaars van die tijd laat nog eens extra zien hoe groot je macht is, als Koning in het Noorden.

 

Terug naar boven

 

 

Lucas Cranach de Oude

 

Lucas Cranach werd in 1472 geboren in Kronach en is zo aan zijn achternaam gekomen. Hij is op 16 oktober 1553 overleden in Weimar. Zijn vader was schilder en heeft hem waarschijnlijk het vak van schilder (en van graveur en etser) geleerd. Er is verder weinig bekend over zijn jeugd.

 

Tussen 1502 en 1504 verbleef hij in Wenen, waar hij door zijn contacten aan de universiteit het humanistische gedachtengoed oppikte. In 1505 kreeg hij een aanstelling als hofschilder van keurvorst Friedrich de Wijze van Saksen. Daarom vestigde hij zich in Wittenberg, waar het kasteel van de keurvorst stond.

 

Christian II door Dürer

 

Signatuur van Lucas Cranach de Oude.

 

Lucas Cranach had een bijzondere manier om zijn werken te signeren: met een gekroonde vliegende slang die een ring in zijn bek had. In 1508 gaf de keurvorst van Sachsen, zijn broodheer, hem het recht om dit beeldmerk ook als familiewapen te voeren. In datzelfde jaar stuurde de keurvorst hem op diplomatische missie naar de Lage Landen (naar Mechelen), om portretten te schilderen van keizer Maximiliaan I, zijn kleinzoon (en latere keizer) Karel V en nog enkele andere familieleden.

 

In Wittenberg werd hij vrienden met de kerkhervormers Maarten Luther en Philip Melanchton. Toen Maarten Luther op 13 juni 1525 met Katharina von Bora trouwde, was Lucas Cranach zijn getuige.

 

Christian II door Dürer

 

De Cranach apotheek in Wittenberg. Rechts de poort die toegang tot het Cranach Hof geeft.

Christian II door Dürer

 

In het Cranach Hof.

Christian II door Dürer

 

In het Cranach Hof.

 

Zakelijk ging het hem goed: hij had een schilderatelier, een drukkerij/uitgeverij/boekhandel en een papierhandel. In 1513 opende hij een wijnschenkerij. In 1520 opende hij de eerste (en lange tijd enige) apotheek in Wittenberg. Ook verkocht hij voor die tijd waardevolle goederen als kruiden, bijenwas en suiker. Als gevierd kunstenaar, succesvol ondernemer en bezitter van het grootste huizencomplex in Wittenberg stond hij ook lokaal in hoog aanzien, en bekleedde posten in het stadsbestuur. Van 1537 tot 1544 was hij zelf enkele malen burgemeester.

 

Na de dood van zijn heer Frederik de Wijze diende Lucas Cranach ook zijn twee opvolgers: Johan de Standvastige en Johan Frederik I, de grootmoedige. In 1547 verloor deze Johan Frederik de slag bij Mühlberg van de keizerlijke troepen, en werd gevangengezet. In 1550 volgde Cranach zijn heer en trok naar Augsburg, en later naar Innsbruck, en werkte daar voor Johan Frederik en zijn bezoekers. De werkplaats in Wittenberg had hij overgedaan aan zijn zoon, Lucas Cranach de jongere. In Augsburg ontmoette hij Titiaan, de grote Italiaanse meester. In 1552 kreeg Johan Frederik een nieuwe residentie in Weimar, en weer volgde Cranach zijn heer, in Weimar woonde hij in bij zijn dochter Barbara. Daar stierf hij op 16 oktober 1553, 81 jaar oud.

 

Frederik III de Wijze, keurvorst van Sachsen

 

Frederik III de Wijze, keurvorst van Sachsen.

 

In 1523 moest Christian II uit Denemarken vluchten en werd koeltjes ontvangen door zijn schoonfamilie in Mechelen. Hij had steun van anderen nodig om zijn kroon te kunnen heroveren en bracht bezoeken aan zijn naaste familie, zoals zijn zwager Joachim, keurvorst van Brandenburg, en zijn oom (van moederskant) Friedrich de Wijze, keurvorst van Sachsen, die in Wittenberg zijn residentie had. Tijdens zijn bezoek verbleven Christian en zijn kleine gevolg in het grote huis van Lucas Cranach, waar de koning ook Luther en zijn latere vrouw, Katharina von Bora heeft ontmoet.

 

pentekening Christian door Cranach

 

Pentekening van Cristian II door Cranach.

Christian geschilderd in de werkplaats van Cranach

 

Cristian II geschilderd in de werkplaats van Cranach

 

Cranach heeft verschillende portretten van Christian II gemaakt. Net zoals Luther had Christian door dat afbeeldingen heel nuttig kunnen zijn om (letterlijk) de beeldvorming bij mensen naar je hand te zetten. Dat was toen iets relatief nieuws, omdat er grote vorderingen waren gemaakt in de drukkunst, waardoor snel grote oplagen gemaakt konden worden. De portretten vormen een “ideaalbeeld”, waarop Christian steeds op een gelijke manier werd afgebeeld. Als een sober (christelijk/deugdelijk) levende koning, zonder kroon maar met baret op het hoofd, en een met bont afgezette mantel om zijn schouders. En met verwijzingen naar zijn hoogadelijke waardigheid, soms met familiewapens omgeven, maar bijna altijd met de eretekenen van de orde van het Gulden Vlies om zijn hals.

 

Gulden vlies

 

Eretekenen van de orde van het Gulden Vlies.

 

In de vroege 16e eeuw werd deze orde bestuurd door de Habsburgers, door keizer Maximiliaan I en later door zijn kleinzoon en opvolger, Karel V. Leden werden voor het leven benoemd, en het aantal leden was beperkt tot 30. Het lidmaatschap gaf grote politieke invloed, want alle leden waren machtig, en men had het recht om het hoofd van de orde (de keizer dus) te adviseren over militaire en staatszaken. Ook was de orde door paus Leo X erkend en hadden de leden ook pauselijke privileges gekregen. Het dragen van de eretekenen liet dus zien hoe hoog Christian II in aanzien stond.

 

Terug naar boven