De erfenis van Mozart
Mail Facebook Twitter Instagram

Constanze Luise Josepha en Sophie De familie Weber
Mozarts munten De twee zonen Mozart De familie Mozart

 

Constanze

 

Maria Constanze Cäcilia Josepha Johanna Aloisia Weber werd geboren op 5 januari 1762 in Zell im Wiesental in Oostenrijk als de derde dochter van Fridolin Weber en Cäcilia Stamm. Ze had drie zussen: Josefa, Aloisia en Sophie en één broer: Johann Nepomuk. Van deze laatste weten we zo goed als niets.

Het grootste gedeelte van haar jeugd woonde ze in Mannheim, waar haar moeder vandaan kwam. Constanze kwam uit een muzikale familie: haar vader was bassist en alle vier de dochters werden opgeleid tot zangeres. Haar twee oudste zussen Josefa en Aloisia zongen beiden bij de opera. Vermoedelijk kreeg Constanze haar eerste zang- en pianolessen van haar vader, ook leerde ze van hem Italiaans en Frans.

Zij had geen uitzonderlijke stem zoals haar zus Aloisia, maar was wel bijzonder muzikaal. In de jaren dat ze met Wolfgang leefde, nam zij al zijn muziek met hem door en speelde en zong in huiselijke kring.

In januari 1778, of misschien iets eerder, maakte ze kennis met Wolfgang Amadeus Mozart.

Nadat haar zus Aloisia een aanstelling had gekregen als operazangeres, verhuisde Constanze met de rest van het gezin naar München en in 1779 naar Wenen om dezelfde reden.

Kort daarna stierf haar vader en moesten de overgebleven gezinsleden leven van het salaris van Aloisia. De vroege dood van haar vader kan één van de redenen zijn geweest waarom Constanze niet op het podium terechtkwam, zoals haar twee oudste zussen. Vermoedelijk was ze naast de zanglessen die ze van Fridolin Weber kreeg aanwezig bij de lessen van Aloisia en Josefa en hun zangleraren. Na de onverwachte dood van Fridolin was er geen geld meer voor haar opleiding. Constanzes moeder verhuurde kamers om het hoofd boven water te houden en heeft haar waarschijnlijk ingeschakeld om te helpen met het huishouden.

In 1781 kwam Mozart naar Wenen en haalde opnieuw de banden aan met de Webers; hij woonde zelfs korte tijd bij hen op kamers. Constanze en Wolfgang werden verliefd, maar het duurde nog tot augustus 1782 voor ze trouwden, tegen de wil van Mozarts vader, in de Stephansdom.

Tegenover Leopold Mozart had Wolfgang overigens een weinig vleiende beschrijving van zijn toekomstige vrouw gegeven:

 

 

Zij is niet lelijk, maar ook niet uitgesproken mooi. Haar hele schoonheid wordt gevormd door twee kleine zwarte ogen en een goed figuur.

Waarschijnlijk probeerde hij zijn vader over te halen, want daarna somde hij Constanzes vele deugden op en vertelde waarom hij met haar wilde trouwen.

 

In de 9 jaar dat Constanze met Mozart leefde, verhuisde ze talloze malen, kreeg ze zes kinderen en ging haar gezondheid achteruit. Ze leed aan ulcus cruris (het open been), een aandoening waarbij een wond op het been of de enkel niet wil genezen. De oorzaak is bijna altijd verstopte aders. Constanze behoorde niet tot de risicogroep, omdat ze klein en zeer slank was en veel danste, maar toch kwam de kwaal bij iedere zwangerschap terug. Daarom ging ze vaak naar het kuuroord Baden bij Wenen om te herstellen.

Constanze en Wolfgang kregen de volgende kinderen:

 1. Raimund Leopold (geboren op 17 juni 1783 in Wenen, overleden op 19 augustus 1783 in Wenen)

 2. Carl Thomas (geboren op 21 september 1784 in Wenen, gestorven op 31 oktober 1858 in Milaan)

 3. Johann Thomas Leopold (geboren op 18 oktober 1786 in Wenen, gestorven op 15 november 1786 in Wenen)

 4. Theresia Constantia Adelheid Frederica Marianna (geboren op 27 december 1787 in Wenen, gestorven op 29 juni 1788 in Wenen)

 5. Anna Maria (geboren op 16 november 1789 in Wenen, gestorven op 16 november 1789 in Wenen)

 6. Franz Xaver Wolfgang (geboren op 26 juli 1791 in Wenen, gestorven op 29 juli 1844 in Karlovy Vary)

Na de dood van Mozart was het een uitdaging voor Constanze om te zorgen voor een eigen inkomen. In eerste instantie deed zij dit door benefietconcerten te organiseren. Een jaar na de dood van Wolfgang kreeg zij een klein pensioen van keizer Leopold II. Dit was echter niet groot genoeg om van te leven en is waarschijnlijk meer een symbolische geste geweest.

In 1795 maakte zij een concertreis samen met haar zus Aloisia en trad zelf ook op. Op die reis heeft ze het eerste contact gelegd met uitgeverij Breitkopf & Härtel om werk van Mozart uit te laten geven.

Constanze is vaak verweten dat zij geen goede vrouw was voor Mozart. Ze zou naïef en spilziek zijn geweest en niets hebben begrepen van het genie. Vooral vroege biografen hebben eraan bijgedragen dat zij één van de meest gehate vrouwen werd in de muziekgeschiedenis. Het was geen geheim dat haar schoonvader Leopold en haar schoonzus Nannerl een hekel aan haar en haar familie hadden.

Maar Constanze zelf heeft er ook aan bijgedragen dat er een weinig vleiend beeld van haar ontstond. Zo zijn er geen brieven van haar aan Mozart bewaard gebleven. Het is niet duidelijk of Mozart deze zoek heeft gemaakt of dat zijzelf de brieven heeft vernietigd.

Van Mozarts brieven aan Constanze zijn er maar een paar overgeleverd; allemaal even hartstochtelijk en liefdevol. Het zou kunnen zijn dat Constanze de minder aardige heeft laten verdwijnen. Het is niet waarschijnlijk dat beide een relatie hadden die altijd harmonieus was. Net als in elk huwelijk zullen er moeilijkheden en ruzies zijn geweest. Tijdgenoten hebben onder andere verklaard dat Constanze een pittige dame was, die lang niet alles van Wolfgang pikte.

 

 

De biografie die haar tweede man Georg Von Nissen over Mozart schreef is zeker gekuist en verfraaid. Dit maakte natuurlijk ook onderdeel uit van de mythische herinneringscultus die rondom Mozart ontstond waarvan Constanze zeker weten heeft geprofiteerd. Zo heeft ze ook losse muziek en Mozarts handtekening aan bewonderaars verkocht of zelfs gewoon weggegeven, iets wat haar ook is verweten.

Zelfs als haar motieven om Mozarts muziek te verzamelen en uit te geven ingegeven werden door een financiële prikkel, mogen we Constanze dankbaar zijn. Zonder haar was veel van Wolfgangs muziek misschien wel verloren gegaan in een tijd waarin het auteursrecht nog niet was vastgelegd. En in het licht van de herinneringscultuur van de achttiende eeuw, was dit misschien ook wel Constanzes enige mogelijkheid om na zijn dood een eigen bestaan op te kunnen bouwen, in ieder geval zolang zij weduwe was.

In 1809 hertrouwde Constanze met de Deense diplomaat Georg Nikolaus Von Nissen.

Waarschijnlijk hadden zij elkaar al in 1797 ontmoet door bemiddeling van Fredrik Samuel Silverstolpe, een Zweedse diplomaat met wie Von Nissen bevriend was.

Over het begin van de relatie tussen Constanze en Von Nissen weten we niet veel, al woonden ze op een gegeven moment in hetzelfde huis en is het mogelijk dat Constanze een kamer aan hem verhuurde. Net als haar moeder, nam Constanze na de dood van Wolfgang huurders.

Op de vlucht voor Napoleon, vertrokken ze naar Denemarken waar zij tot 1820 bleven. Na Von Nissens pensioen gingen ze naar Salzburg waar Von Nissen aan een biografie van Wolfgang Amadeus Mozart begon. In 1826 overleed hij en Constanze maakte deze biografie af.

Constanze overleed voordat het standbeeld van Wolfgang op het huidige Mozartplein in Salzburg werd onthuld in september 1842, op 6 maart 1842. Hun zonen waren daarbij aanwezig.

Zij overleefde Wolfgang bijna 51 jaar.

 

 

Constanze rust in het familiegraf van de Mozarts op het Sebastiansfriedhof van de Kirche St. Sebastian. Haar geboortedatum en -plaats zijn later nog aangepast.

 

Terug naar boven

 

Luise

 

Maria Aloisia (Luise) Antonia Weber werd geboren 1760/1761 in Zell im Wiesental. Haar precieze geboortedatum is onbekend.

Zij was ongeveer 17 jaar toen zij eind 1777, begin 1778, Wolfgang Amadeus Mozart in Mannheim ontmoette op zijn doorreis naar Parijs. Hij raakte zo van haar ondersteboven dat hij veel langer bleef dan zijn vader wilde. Aloisia had veel talent en bezat een stem die haar tijdgenoten als uitzonderlijk beschreven. Vooral haar coloratuur (snelle loopjes, sprongen en vibrato) en haar grote bereik werden geroemd. Ook Mozart was hiervan gecharmeerd en schreef verschillende aria’s voor de sopraan. In de maanden dat hij in Mannheim verbleef, gaf hij Aloisia les. Hij maakte een concertreis met haar naar Kirchheimbolanden om haar aan het hof van Karoline von Oranien - Nassau te introduceren en plande een andere concertreis naar Italië. Mozarts vader Leopold was de wanhoop nabij en gaf zijn zoon bevel door te reizen.

In september 1778 werd Aloisia door graaf Seeau aangenomen als operazangeres in München waar de keurvorst Carl Theodor zijn hof naartoe had verhuisd vanuit Mannheim. Aloisia verdiende met duizend gulden per jaar meer dan haar vader Fridolin en werd zo de kostwinner van het gezin Weber.

Ze zag Mozart weer terug op kerst 1778, maar reageerde niet zoals hij had gedacht. Tegen die tijd was het wel duidelijk dat de jonge componist met Aloisia wilde trouwen, maar zijzelf had daar geen zin in en wees hem af. Voor die tijd had ze Mozart de indruk gegeven dat ze wel interesse in hem had, en we weten niet waarom ze zich bedacht.

 

Aloysia in de rol van Zemire

 

Een jaar na haar aanstelling in München, kreeg ze een aanbod om als prima donna in Wenen te zingen, en het hele gezin Weber verhuisde opnieuw. Kort nadat ze was aangenomen stierf haar vader en moest het gezin leven van het salaris van de jonge zangeres.

In 1780 leerde Aloisia de toneelspeler en amateurschilder Josef Lange kennen bij baron Von Kienmayr en werd op hem verliefd. Hij was tien jaar ouder dan zij en weduwnaar. In 1775 was hij getrouwd met Maria Anna Elisabeth Schindler. Zij stierf in 1779 aan een longontsteking. Zij kregen drie kinderen.

Op 31 oktober 1780 trouwden Aloisia en Josef, maar niet voordat hij een contract had afgesloten met haar moeder. Cäcilia had alleen ingestemd als zij een jaarlijkse toelage kreeg. Deze toelage heeft Josef Lange tot aan de dood van mevrouw Weber betaald. Op het moment dat zij in het huwelijk traden was Aloisia al zwanger.

Het huwelijk met Josef was ongelukkig. Josef was Aloisia vaak ontrouw en bij iedere zwangerschap was ze zo ziek dat er voor haar leven werd gevreesd. Desondanks kregen ze zeven kinderen:

 1. Maria Anna Sabina (Nanette), geboren 31 mei 1781 in Wenen, gestorven 1 januari 1827. Nanette werd actrice en zangeres.

 2. Philippina Anna Thekla, geboren 23 september 1782, gestorven 19 januari 1785.

 3. August, geboren 23 mei 1784, gestorven 23 mei 1784.

 4. Franz, geboren zomer 1785, gestorven 13 januari 1786.

 . Rosina, geboren 2 december 1786, gestorven na 1839.

 6. Karl Jakob, geboren 2 september 1788, gestorven na 1832. Hij werd toneelspeler bij het Burgtheater in Wenen.

 7. Onbekend kind, geboren in september 1789, bijna meteen gestorven.

Aloisia bleef met enige regelmaat met Mozart werken. Nadat hij met haar zus Constanze was getrouwd verkeerden de beide echtparen in dezelfde kringen en gingen vriendschappelijk met elkaar om. Mozart heeft veel van zijn mooiste aria’s voor Aloisia geschreven en ze trad op in zijn opera’s, zoals in Don Giovanni, Die Entführung aus dem Serail en La clemenza de di Tito.

Vanwege roddels in Wenen die haar carrière bemoeilijkten en nadat ze kort werd ontslagen vanwege ruzie over haar salaris of een rol, maakte ze met Josef Lange in 1784 een concertreis naar Dresden, Hamburg, Berlijn en München.

 

Aloysia op jongere leeftijd

 

In 1787 werd het Duitse operagezelschap ontbonden door de keizer en werd Aloisia aan het Italiaanse gezelschap toegevoegd. Het jaar daarop werd ze ontslagen. Boze tongen beweerden dat zij haar stem had verloren. Daarom ondernamen de Langes in 1789 nog een tweede concertreis naar Hamburg en Berlijn.

Na de dood van de keizer in 1790 werd Aloisia weer aangenomen bij het Italiaanse operagezelschap. In 1795 ging Aloisia met haar zus Constanze mee op reis om de werken van Mozart ten gehore te brengen. Haar huwelijk was tot een dieptepunt gedaald. Josef leefde nu openlijk samen met een andere vrouw met wie hij ook kinderen kreeg, en er waren schulden. In Hamburg bleef zij achter en Constanze reisde alleen naar Berlijn. In 1798 ging Aloisia naar Amsterdam.

Haar oude dag sleet ze in Salzburg, niet ver van haar zussen Constanze en Sophie. De relatie met Constanze was niet per se hartelijk in die tijd, Constanze schijnt in haar dagboek alleen de achternaam van Aloisia te hebben gebruikt als ze over haar schreef.

Op haar achtenzestigste moest Aloisia nog lesgeven om in haar eigen onderhoud te voorzien omdat ze nog altijd gescheiden leefde van haar man Josef, die haar slechts een kleine toelage gaf.

In een gesprek in 1829 met Mary Novello, een Engelse die met haar man Vincent Novello een reis maakte naar Salzburg om Constanze, Sophie en ook Mozarts zoon Franz Xaver Wolfgang te interviewen over Wolfgang Amadeus Mozart, vertelde Aloisia dat Wolfgang tot op de dag dat hij stierf van haar was blijven houden. Zij was bang dat Constanze daar altijd jaloers op was geweest.

Wie zal het zeggen? Niets wijst in ieder geval op een verhouding tussen haar en Wolfgang.

 

Terug naar boven

 

Josepha en Sophie

 

Maria Josepha, geboren ca. 1758 in Zell im Wiesental, gestorven in Wenen op 29 december 1819. Precieze geboortedatum onbekend.

 

 

Net als Aloisia was Josepha sopraan, en hoewel ze professioneel zangeres werd, was haar stem niet zo bijzonder als die van haar zus. Wel schijnen alle Weber zussen een groot bereik te hebben gehad en haalden ze alle vier niet alleen de hoge C, maar zelfs de hoge E of F.

Nadat de Webers Aloisia waren gevolgd naar Wenen, zong Josepha talloze rollen, helaas is er weinig over haar vroegste repertoire bekend. Zo zong ze in 1789 de hoofdrol in Oberon van Paul Wranitzky en in 1791 de rol van ‘koningin van de nacht’ in Die Zauberflöte van Mozart. Mozart schreef ook een concertaria (KV 580) voor haar.

In 1792 zong ze de rol van Donna Elvira in Mozarts Don Giovanni, in 1794 Constanze in Die Entführung aus dem Serail, Juno in Der Spiegel van Süssmayer en Leonore in Così fan tutte. In het gezelschap van theaterdirecteur Schikaneder in het Kärntnertortheater was zij de prima donna en in 1789 prima donna bij het Freihaustheater voor 16 florijnen per week.

We weten ook niets over haar opleiding. In 1785 studeerde ze bij Vincenzo Righini, componist, zanger en kapelmeester. Haar lessen werden door het hof betaald. Het is mogelijk dat ook Constanze bij deze lessen aanwezig was.

Op 21 juli 1788 trouwde Josepha met Franz de Paula Hofer, violist bij de hofopera. Eerst woonden ze in het centrum van Wenen, maar al gauw verhuisden ze naar het Freihaus waar Josepha werd aangesteld bij het heringerichte Freihaustheater. Volgens het Kritisches Theater-Journal von Wien, beschikte ze over een sterke, gevoelige stem.

Op 29 augustus 1789 kreeg Josepha haar enige kind, een dochter die ze Josepha noemde. Deze werd later ook zangeres, bekend onder de naam Josepha Hönig.

In 1796 stierf Franz Hofer, hij liet grote schulden na.

Op 23 december 1797 trouwde Josepha voor de tweede keer: met de veel jongere bas Friedrich Sebastian Mayer. Hij werkte net als zijn vrouw bij het Freihaustheater, al stelde hij als zanger niet veel voor. Later werd hij een veelgevraagde operaregisseur.

Op 29 december 1819 stierf Josepha in Wenen aan een hersenbloeding. In 1805 had zij het podium vaarwel gezegd.

 

Maria Sophie, geboren in oktober 1763 in Zell im Wiesental, gestorven in Salzburg in 1846.

 

 

Kort nadat haar familie in Wenen was komen wonen, had zij een aantal kinderrolletjes bij het Burgtheater, later zong ze misschien nog in het koor. Maar blijkbaar waren haar zangkwaliteiten niet zodanig dat ze aan de slag kon als zangeres. Het kan ook zijn dat ze net als Constanze voornamelijk werd ingezet in het huishouden, het is plausibel dat ze de plaats van Constanze overnam toen zij in 1782 met Mozart trouwde.

In 1791, toen Mozart overleed, was Sophie de enige Weber dochter die nog ongetrouwd was. Ze woonde samen met haar moeder en kwam veel bij Constanze. Mozart was erg op haar gesteld en zij op hem. Toen hij ziek werd in november 1791 naaide ze een nachthemd met een sluiting van voren omdat hij zich niet kon omdraaien vanwege zijn gezwollen ledematen. Volgens een brief die zij Von Nissen schreef over de dood van Mozart stierf hij in haar armen.

Na Mozarts dood woonden Constanze en Sophie samen met hun moeder, en ook na de dood van Cäcilia bleven ze vermoedelijk samenwonen tot 1795. Dit was het jaar waarin Constanze op concertreis ging met haar zus Aloisia. Het vermoeden bestaat dat Sophie enige spullen van Constanze bewaarde terwijl ze weg was, zoals Mozarts pianoforte.

In 1807 trouwde Sophie met de zanger en componist Jakob Haibl. Hij maakte deel uit van het gezelschap van Schikaneder, theaterdirecteur van het Freihaustheater. Jakob zong kleine rollen, hij was bekender om zijn composities van opera’s en zangspelen. Zijn grootste succes was Der Tyroler Wastel uit 1796.

Voordat Jakob trouwde met Sophie was hij getrouwd met Katharina, die een longziekte had en op 14 februari 1806 stierf. Haar dood was waarschijnlijk niet onverwachts want 3 weken later schreef Constanze aan haar zoon Carl dat Sophie en Jakob met Pasen wilden trouwen. Drie maanden later stuurde Constanze hem een brief met de mededeling dat haar zus nog steeds niet was getrouwd.

Sophie reisde in de herfst van 1806 naar Dakovo in de regio Slavonië (Kroatië), waar Jakob koorleider bij de kerk was geworden. Ze trouwden op 7 januari 1807.

In 1826 stierf Jakob en in de herfst van 1826 verhuisde Sophie naar Salzburg, waar ze met Constanze samenwoonde tot aan de dood van haar zus in 1842.

 

 

Op 26 oktober 1846 stierf Sophie. Ze werd begraven op het Salzburger Kommunalfriedhof in hetzelfde graf als haar zus Aloisia. Op de steen staat dat ze de trouwe verzorgster van Mozart op zijn sterfbed was.

 

Terug naar boven

 

De familie Weber

Het huis van de familie Weber in Mannheim

 

Het geslacht Weber komt uit de omgeving tussen Bazel en Freiburg im Breisgau. Over de voorouders van Fridolin is niet veel bekend. We weten dat Constanzes overgrootvader Hans Georg Weber heette. Hij was molenaar in Stetten in het Schwarzwald, getrouwd met Kunnigunde Herbster.

Zijn zoon Fridolin, Constanzes opa, werd in 1691 geboren in Stetten. Hij verhuisde op 15-jarige leeftijd naar Freiburg om aan de universiteit te studeren. Zijn familie wilde dat hij priester werd, maar hij ging rechten studeren en in 1721 werd hij ambtenaar in Zell im Wiesental, ongeveer 7 kilometer van Freiburg.

Fridolin Weber trouwde met Maria Eva Scharl, met wie hij meerdere kinderen kreeg. In 1733 werd Franz Fridolin geboren in Zell im Wiesental, Constanzes vader.

Toen Fridolin senior in 1754 een beroerte kreeg en stierf, liet hij niet veel geld na. Op dat moment was Constanzes vader eenentwintig jaar. Hij studeerde sinds 1750 rechten aan de universiteit van Freiburg, maar moest door de dood van zijn vader zijn studie opgeven.

Het is onbekend hoe het contact ontstond tussen baron Franz Ignaz Ludwig von Schönau, dezelfde baron voor wie ook Fridolins vader had gewerkt, maar drie maanden later werd ook Fridolin junior ambtenaar in Zell. De baron was intussen getrouwd en moest tien kinderen onderhouden. Bovendien bracht zijn luxueuze levensstijl hem in de problemen. Hij had onbetaalde schulden bij Fridolin en verpandde zijn eigendommen bij hem.

 

Cäcilia Weber - Stamm

 

In september 1756 trouwde de drieëntwintigjarige Fridolin met Maria Cordula Cäcilia Stamm. Haar vader Johann Otto Stamm was secretaris bij de keurvorst in Mannheim. Haar moeder heette Sophia Elizabeth Wimmer.

Het echtpaar Weber ging in de hoofdstraat van Zell wonen.

Het duurde niet lang of baron van Schönau leende geld van Fridolin zonder dat hier een contract van werd opgemaakt. In het geheim gebruikte de baron ook inkomsten van de stad Zell om zijn schulden terug te betalen.

In 1759 was zijn situatie zo onhoudbaar geworden dat baron Schönau Fridolin Weber dwong om zijn inkomen in natura uit de boeken te laten of zijn dienst te verlaten. Om te overleven moest Fridolin creatief boekhouden.

Hij had intussen ook een aantal kinderen gekregen. Omdat een deel van de kerkboeken van Zell bij een stadsbrand in 1818 verloren zijn gegaan, weten we geen geboortedata, met uitzondering van die van Constanze. Van de anderen is hun geboortejaar met hulp van latere documenten gereconstrueerd.

Kinderen:

 1. Maria Josepha, geboren in 1758, gestorven in 1819.

 2. Johann Nepomuk, geboren in 1759, gestorven na 1779. Van hem weten we zo goed als niets. Zijn moeder Cäcilia geeft na de dood van haar man in 1779 op dat ze niet weet waar haar zoon is. Mozart heeft de jongen slechts één keer in een brief aan zijn vader genoemd.

 3. Maria Aloysia Luise Antonia, geboren eind 1760, gestorven 8 juni 1839 in Salzburg.

 4. Maria Constantia Cäcilia Josepha Johanna Aloysia, geboren 5 januari 1762, gestorven 6 maart 1842 in Salzburg.

 5. Maria Sophie, geboren oktober 1763, gestorven 1846.

 6. Onbekend kind, geboortedatum na 1763, sterfdatum onbekend.

 7. Onbekend kind, geboortedatum onbekend, sterfdatum onbekend.

In juli 1763 waren de moeilijkheden met baron von Schönau zo groot geworden dat hij Fridolin ontsloeg, met de vermelding dat hij vrijwillig opstapte en bovendien Zell binnen zes weken moest verlaten. Vanwege de geboorte van Sophie werd hem iets meer tijd gegund, maar op 1 december kreeg hij nog twee weken om de woning te verlaten, anders zou de baron zijn meubels op straat zetten. Veel keus had Fridolin niet en hij nam zijn gezin mee naar Rheinfelden waar hij familie had. Hun vertrek leek op een vlucht.

Het proces wat volgde op het ontslag was lastig omdat Fridolin misschien wel gelijk had dat de schuld bij baron von Schönau lag, maar juridisch en formeel was hij strafbaar. Daarom trad hij toch vrijwillig uit dienst en moest de baron de schulden betalen van de Webers.

Het gezin verhuisde naar Mannheim. De baron betaalde zijn schulden nooit terug.

In Mannheim kreeg Fridolin een aanstelling als hofmusicus. Hij had een goede basstem. Hij kreeg niet veel loon: 200 florijnen per jaar, in 1777 werd dit verhoogd naar 400 florijnen omdat zijn dochter Aloisia als zangeres in dienst trad bij de keurvorst. Zij kreeg op dat moment blijkbaar geen loon. Omdat Fridolin een mooi handschrift had, verdiende hij bij als kopiist van muziek.

De schulden liepen echter steeds meer op. De sociale status van de Webers was veel lager dan in Zell, iets wat vooral Cäcilia moeilijk kon verkroppen. Haar familie behoorde tot de burgerklasse. Haar broer Johann Arnold Stamm was ambtenaar in dienst van de keurvorst. Constanzes vader is vaak afgeschilderd als een slappeling die onder de plak van zijn dominante vrouw zat.

In Mannheim was er onderwijsplicht en daarom moeten de kinderen Weber naar school zijn gegaan. Waarschijnlijk hebben Constanze en haar zussen naar de katholieke meisjesschool Congregatione beatae Mariae viriginis gezeten, gebruikelijk voor kinderen van ambtenaren in dienst van de keurvorst, waar ze werden onderwezen in lezen en schrijven en andere dingen die meisjes leerden.

Wat betreft de muziekopleiding van de Weber meisjes tasten we ook in het duister. Vanaf 1775 was er een Mannheimer Tonschule, opgericht door abt Georg Joseph Vogler, kapelmeester van de keurvorst. Hij is hoogstwaarschijnlijk de zangleraar van Aloisia geweest.

Wanneer het gezin Weber Mozart precies heeft leren kennen is niet bekend. Dat kan al in de herfst van 1777 zijn geweest toen Mozart in Mannheim aankwam. Zeker is in ieder geval dat Mozart in januari 1778 voor het eerst over de Webers schrijft aan zijn vader. Bij zijn vertrek in maart 1778 gaf Fridolin Molière cadeau aan Mozart en toen hij weg was schreven ze elkaar. Vader en moeder Weber waren blij met de belangstelling voor Aloisia van Mozart, ze zagen allebei iets in de jonge componist.

In oktober 1779 kreeg Fridolin een beroerte en stierf. Cäcilia had nu de moeilijke taak om voor een inkomen te zorgen en haar vier dochters verder op te voeden. Ze ging kamers verhuren aan vrijgezellen, ook Mozart huurde in 1781 een kamer bij haar.

Toen Aloisia trouwde bedong ze een goede regeling voor zichzelf, het was immers niet in haar belang om haar dochter te laten trouwen, want dan zouden de inkomsten van Aloisia wegvallen.

Cäcilia is vaak beschreven als een harde vrouw, ook Mozart had in de tijd dat hij Constanze het hof maakte een hekel aan haar en in zijn brieven beschrijft hij hoe slecht Constanze met haar moeder kon opschieten. In latere jaren was hij veel milder over zijn schoonmoeder en ook Constanze leek minder moeite met haar moeder te hebben. Vooral na de geboorte van hun eerste kind, was Cäcilia een goede hulp.

Na de dood van Mozart trok Constanze in bij haar moeder en jongste zus Sophie.

Cäcilia stierf in 1793 aan een longontsteking.

 

Terug naar boven

 

 

Mozarts munten

Inleiding

Oostenrijk, 1 euro
Oostenrijk, 20 euro

 

In onze tijd zijn er veel munten in omloop met de afbeelding van Wolfgang Amadeus Mozart er op. Een grote eer voor een groot componist, die zelf helaas berooid stierf, maar toch een grote erfenis heeft achtergelaten: zijn muziek.

 

Het is nog maar sinds 2002 dat heel veel Europese landen één munt hebben en je duizend kilometer ver kunt reizen in Europa en nog steeds met diezelfde euro kunt betalen. En ook is die euro in overal evenveel waard, waar de munt ook gemaakt is.

 

Oostenrijk, 500 shilling (1991)
Oostenrijk, 100 shilling (1991)

 

Dat was anders in de tijd van Mozart. De Mozarts hebben heel Europa afgereisd toen Wolfgang en Nannerl jong waren. Ook zij hebben ervaren dat veel van hun munten, zoals de dukaat, gulden en taler in verre landen geaccepteerd werden.

 

Het maakte in de 18e eeuw voor de waarde van een munt niet uit wie er op stond of uit welk land of welke stad de munt kwam. Wat wé bepalend was voor de waarde was hoeveel edelmetaal (goud of zilver) er in die munt zat. Maar toch was ook in Mozarts tijd de ene gulden de andere niet. In Salzburg stopte men bijvoorbeeld wat minder zilver in de gulden dan in Wenen, dus de Weense gulden was iets meer waard, ongeveer 12 Salzburgse gulden tegen 10 Weense.

 

Geld in de brieven van Mozart

 

Van Mozart zijn veel brieven bewaard, die ons veel leren over zijn denken, maar ook over alledaagse zaken als wie hij was tegengekomen, waar hij had opgetreden of gedineerd, maar ook geldzaken komen aan de orde. Een van de boeken die over zijn brieven is uitgegeven en ook iets over geldzaken zegt is bijvoorbeeld Robert Spaethlings Mozarts letter’s, Mozart’s life.

 

Dukaat, Keizer Joseph II, Wenen, 1787

 

Mozart had het veel over de gulden of florijn. Die woorden geven dezelfde munt aan en worden door elkaar gebruikt. Andere veelgebruikte munten waren de taler (gelijk aan 2 gulden) en de dukaat of zecchino, die ongeveer 4 gulden waard was. Maar Mozart schrijft ook over andere munten in zijn brieven: de carolin, de Italiaanse cigliato, de Franse livre, de Louis d’or, de reichstaler (rijksdaalder), en de souverain d’or.

 

In mijn boek De erfenis van Mozart gebruik ik de namen van de munten door elkaar heen. Dat is wat verwarrend misschien maar het was de realiteit voor de mensen die in Mozarts tijd leefden. Bovendien volg ik in mijn boek de muntnamen die Mozart zelf gebruikte in zijn brieven.

 

Geld in Mozarts tijd

In Mozarts tijd was de gulden de belangrijkste Oostenrijkse munt en was onderverdeeld in 60 kreuzer, net zoals wij nu de euro onderverdelen in 100 cent. En een kreuzer was weer onderverdeeld in 4 pfennige, de pfennig was de kleinste munt.

 

Maria Theresiataler, 1780

 

In 1748, dus vlak voor Mozarts geboorte, was er een Taler ingevoerd die ruim 23 gram zilver moest bevatten. Om het verschil met de oude Talers duidelijk te maken werd deze nieuwe Taler Konventionstaler genoemd. De beroemdste Konventionstaler is die met de afbeelding van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk er op, die heeft heeft Mozart met zekerheid in de handen gehad. De taler (in Mozart’s tijd schreef men: thaler) had een waarde van 2 gulden.

 

Kreuzer, Bern, 1776
Kreuzer, keizerin Maria Theresia, 1781

 

De Konventionstaler was onderverdeeld in kleinere munten, 1 Konventionstaler was gelijk aan 120 Kreuzer. Dat waren kleine muntjes, vaak met een kruis erop, wat de naam verklaart.

 

3 Kreuzer munt, keizerin Maria Theresia, 1779

 

Er waren ook munten met een waarde tussen de Konventionstaler en de Kreuzer in, net zoals wij munten van 5, 10, 20 en 50 cent hebben. Naast munten van 10 en 30 Kreuzer had je ook munten van 3 kreuzer, die qua waarde dicht bij een de waarde van een bekende noordduitse munt lagen: de Groschen. De 3 kreuzer munten werden dan ook wel in de volksmond een groschen genoemd.

 

¼ Kreuzer (= 1 pfennig), keizer Joseph II, 1781

 

Ontstaan van de florijn en de gulden

 

Florijn, Florence, 1347

 

Na de kruistochten kon er weer handel gedreven worden met het Midden-Oosten en kwam er weer veel goud beschikbaar in Europa. De munten die toen in omloop waren, waren relatief klein in waarde en door de toegenomen handel was er behoefte ontstaan aan “grotere” munten. In Florence bracht men in 1252 een munt uit van 3,5 gram zuiver goud, de fiorino d’oro, of gouden florijn. In de eeuwen daarna gingen veel Europese konink- en keizerrijken er toe over om goudguldens te slaan, naar Florentijns voorbeeld. Op den duur werden de “guldens” van zilver gemaakt.

 

Gouden Karolus of gulden (tweede kwart 16e eeuw, Gelderland)

 

Ontstaan van de taler

 

De eerste Guldiner, Tirol, 1486

 

Men begon in Hall in Tirol in 1486 met het slaan van een zilveren munt van ongeveer 30 gram, die net zo veel waard was als een goudgulden. Vanwege de waarde werd de munt een Guldiner genoemd.

 

Joachimstaler, Joachimstal, 1525

 

In het Joachimstal (een dal in het Ertsgebergte in Bohemen, nu Tsjechië) werd veel zilver gewonnen. Daarvan werden een heleboel munten gemaakt, ook met de waarde van een goudgulden. Zij waren dus net zo veel waard als de Guldiner uit Tirol, maar de naam “Joachimstaler” of kortweg “Taler” werd al gauw populair en verdrong de naam "Guldiner".

 

 

Terug naar boven

 

 

De twee zonen van Constanze en Wolfgang

 

Carl (rechts) en Wolfgang Mozart.

 

Slechts twee kinderen bleven in leven van de zes die Constanze met Wolfgang kreeg. Na zijn dood had zij de zware taak om hen verder op te voeden en te zorgen voor een goede opleiding. De jongste zoon was nog geen vijf maanden oud toen zijn vader stierf en had later natuurlijk geen herinneringen aan hem. De oudste was zeven toen Mozart doodging.

 

Hoe is het leven van de twee broers verder verlopen?

Carl Thomas Mozart

 

 

Carl Thomas Mozart was het tweede kind van Constanze en Wolfgang. Hij werd op 21 september 1784 geboren in Wenen. Zeven jaar lang was hij het enige kind van het echtpaar, dat in die tijd nog drie kinderen verloor. Carl was introvert en kon zichzelf goed vermaken in zijn eentje.

 

Hij heeft heel kort op een school in Perchtoldsdorf gezeten, maar daar had hij het niet naar zijn zin en Wolfgang haalde hem er weer vanaf.

 

Tekenen van een muzikaal wonderkind vertoonde Carl niet, en zijn vader leek ook niet van plan om hem per se de richting van de muziek uit te dwingen. Behalve Constanze, was Carl de enige die in Wolfgangs werkkamer aanwezig mocht zijn als hij componeerde.

 

Carl schijnt gek te zijn geweest op zijn broertje dat in 1791 geboren werd. Hij hield ook van de concerten die zijn moeder organiseerde ter nagedachtenis van zijn vader. Hij had een hechte band met zijn broertje en moeder.

 

Constanze was ervan overtuigd, net als in die tijd de gebruikelijke opvatting was, dat haar zoon het meest gebaat was bij een opvoeding onder leiding van een mannelijk rolmodel. Daarom stuurde ze hem naar een gymnasium in Praag waar Franz Xaver Niemetschek leraar was. Carl woonde ook bij de familie Niemetschek. Franz Xaver werd Carls muziekleraar.

 

Toch zou Carl geen musicus worden. In 1798 werd hij naar Livorno in Italië gestuurd en bracht hier zijn leertijd door bij een Engelse handelsfirma.

 

Later wilde hij toch weer graag muziek studeren en in zijn vaders voetsporen treden. Daarom ging hij in 1805 naar Milaan om daar aan het conservatorium te studeren.

 

Constanze had het liefst gezien dat hij terugkwam naar Wenen, maar in 1809 bezette het Franse leger de stad en besloot Carl in Milaan te blijven.

 

In 1810 gaf Carl zijn muziekstudie op en werd ambtenaar. Hij bleef wel gek op muziek en gaf les aan kinderen van zijn vrienden en organiseerde muziekavonden in zijn salon.

 

Vanaf zijn jonge jaren tot aan zijn dood, zette hij zich in voor de nagedachtenis van zijn vader. In 1841 schonk hij Mozarts pianoforte aan het net opgerichte Mozarteum en gaf hun een aanzienlijk geldbedrag. In 1842 onthulde hij het standbeeld van zijn vader in Salzburg en in 1856 was hij eregast bij de feestelijkheden rondom de 100ste geboortedag van Wolfgang Amadeus Mozart in Salzburg.

 

Carl stierf in Milaan op 31 oktober 1858, ongetrouwd en kinderloos.

 

Franz Xaver Wolfgang Mozart

 

 

Franz Xaver Wolfgang was het jongste kind van de Mozarts. Hij werd 26 juli 1791 in Wenen geboren en noemde zichzelf op latere leeftijd, op aanraden van Constanze, Wolfgang Amadeus junior. Zelf noemden Wolfgang en Constanze hem Wofi. Ik heb hem daarom dit koosnaampje gegeven in De erfenis van Mozart.

 

Tijdgenoten beschreven hem als vriendelijk, kalm, sociaal en introvert. Hij scheen weinig zelfvertrouwen te hebben. Net als zijn vader, was hij een tenor en zijn stem leek op die van Wolfgang senior. Vanaf zijn vijfentwintigste kreeg hij problemen met zijn zicht en toen hij ongeveer 50 was, was hij bijna blind. Hij droeg een bril om nog iets te kunnen zien.

 

Omdat hij bekend werd onder de naam Wolfgang Amadeus, droeg Franz Xaver de zware last van zijn vaders reputatie met zich mee. Als mensen zijn naam hoorden, verwachtten ze de virtuositeit van zijn vader. Wolfgang junior was wel een begaafd musicus, maar hij bezat niet de genialiteit van zijn vader. Na 1820 lijkt hij het componeren te hebben opgegeven.

 

Portretten van de volwassen Wolfgang laten zien dat hij erg op Wolfgang senior leek, of misschien zelfs nog wel meer op zijn opa Leopold.

 

Haydn was geïnteresseerd in Wolfgang junior en hij kreeg les van Salieri. Beiden geloofden heilig in zijn talent.

 

Toen hij elf was, componeerde Wolfgang een Rondo voor de naamdag van Constanze. Op zijn veertiende werd hij gepresenteerd aan het publiek. Bij een concert voor de verjaardag van Haydn maakte hij zijn debuut en speelde naast een eigen compositie zijn vaders pianoconcert in C – groot.

 

Twee jaar lang had hij veel succes met zijn optredens en een aantal van zijn vroege composities werden gepubliceerd door Breitkopf & Hartel.

 

Toen hij ouder werd realiseerde Wolfgang zich echter dat hij voor altijd zou worden vergeleken met zijn vader. Hij ontwikkelde daarom geen eigen identiteit als musicus en ging gebukt onder zijn vaders erfenis.

 

In 1808 vertrok hij naar Polen en werd muziekleraar. Later verhuisde hij naar Lemberg, dat Pools was en toen onder Oostenrijk viel. Nu noemt men de stad Lviv en ligt het in de Oekraïne.

 

Hij kreeg een verhouding met de drie jaar oudere Josephine Von Baroni – Cavalcabos, een zeer muzikale vrouw, getrouwd met de veel oudere Ludwig Cajetan Von Baroni – Cavalcabos. Wolfgang begeleidde Josephine vaak op het klavier en hun liefde duurde zijn hele verdere leven.

 

In 1819 ging Wolfgang op een concertreis om zichzelf te bewijzen als componist en virtuoos. Uit zijn dagboekaantekeningen bleek dat hij voldoende wilde verdienen met zijn muziek zodat Josephine haar man kon verlaten en met hem trouwen.

 

Hij bezocht onder andere zijn moeder en haar tweede man Von Nissen in Kopenhagen. Volgens zijn dagboek was het een emotioneel weerzien, hij herkende haar in eerste instantie niet. Ze hadden elkaar elf jaar niet gezien. Tijdens lange wandelingen met zijn moeder leerde hij meer over zijn beroemde vader, Von Nissen was de enige vaderfiguur die hij had gekend.

 

In 1842 stierf Constanze en het was aan Wolfgang en zijn broer Carl om de familie Mozart te representeren bij de onthulling van het standbeeld in Salzburg van hun vader.

 

Wolfgang stierf op 29 juli 1844, ongetrouwd en kinderloos.

 

Terug naar boven

 

De familie Mozart

 

Het huis van de familie Mozart in Salzburg, waar Wolfgang geboren is.

 

Het gezin Mozart

 

Oorspronkelijk werd de naam als Motshart en later ook Motzhardt geschreven. Mogelijk stammen de Mozarts uit Muttershofen, ten noordwesten van Augsburg. Na 1321 kwam de naam al voor in het Beiers – Schwabisch.

 

De stamboom van Wolfgang is terug te voeren op een David E. Motzhardt (1620 – 1685), een boer in Pfersee bij Augsburg.

 

Wolfgangs opa van vaderskant heette Johann Georg Mozart. Hij leefde van 1647-1736 en was boekbinder. Uit zijn tweede huwelijk met Anna Maria Sulzer (1696-1766) uit Augsburg werd Wolfgangs vader Leopold Mozart in 1719 in Augsburg geboren. Anna Maria was de dochter van een wever. Johann Georg trouwde een paar weken na de dood van zijn eerste vrouw met haar.

 

Leopold Mozart

 

Leopold was de oudste van negen kinderen en kreeg een goede opleiding op een jezuïetenschool in Augsburg. Na de dood van zijn vader, werd de zeventienjarige Leopold helemaal onder de hoede van de jezuïeten genomen. Zijn moeder bemoeide zich niet meer met hem, maar concentreerde zich op de jongste kinderen.

 

In 1737 echter verliet Leopold zijn school en Augsburg en ging rechten studeren aan de Benedictijner Universiteit in Salzburg. Een paar jaar later werd hij van de universiteit gestuurd. Vanaf die tijd wijdde hij zich aan de muziek (hij was een talentvol violist, organist en componist).

 

Omdat hij een paar keer van carrière veranderde, of misschien om andere redenen die wij niet kennen, verbrak zijn moeder het contact en onterfde Leopold. Zowel Leopold als zijn moeder stonden bekend als sluw, benepen en koppig.

 

Na een korte periode als violist in dienst van graaf Johann Baptist Thurm – Valassina und Taxis werd hij in 1743 vierde violist aan het hof.

 

Anna Maria Mozart - Pertl

 

Hoe Leopold en Wolfgangs moeder Anna Maria Walburga Pertl uit het dorpje Sankt Gilgen elkaar ontmoet hebben, is onbekend.

 

De moeder van Anna Maria, Eva Rosina (Wolfgangs oma van moederszijde), was getrouwd met Nikolaus Wolfgang Pertl. Hij had een vrij hoge functie als districtsinspecteur in Sankt Andrä, maar werd in 1715 heel ziek en verhuisde naar de het rustige St. Gilgen, waar hij een minder goed betaalde baan kreeg. Zijn gezondheid bleef slecht en hij moest veel geld lenen, vooral na de geboorte van zijn twee dochters: Maria Rosina Gertrud en Anna Maria Walburga.

 

In maart 1724 overleed hij en liet Wolfgangs oma Eva Rosina achter met schulden. Ze gingen terug naar Salzburg en hier overleed de zus van Wolfgangs moeder, Maria Rosina Gertrud en Anna Maria bleef alleen achter met haar moeder. Over haar jeugd is bijna niets bekend.

 

Leopold en Anna Maria trouwden op 21 november 1747 in de dom van Salzburg. Hij was achtentwintig en zij ruim een jaar jonger.

 

Na hun huwelijk betrok het jonge paar een klein appartement op drie hoog in de Getreidegasse (het geboortehuis van Wolfgang en als zodanig nog steeds te bezoeken). Dit huurden ze van de rijke koopman Johann Lorenz Hagenauer. De families zouden levenslang bevriend blijven. Hagenauer hielp Leopold ook met zijn financiële zaken en zorgde voor een netwerk aan contacten in allerlei steden en landen. Er zijn tientallen brieven van Leopold aan Hagenauer bewaard gebleven, waardoor wij nog steeds een goed beeld hebben van de reizen die de Mozarts later met hun kinderen maakten.

 

Van links naar rechts: Nannerl, Wolfgang en Leopold Mozart.
Anna Maria Pertl is zichtbaar op het schilderij aan de muur.

 

Het echtpaar kreeg zeven kinderen, van wie er vijf op zeer jonge leeftijd stierven. De eerste drie werden binnen twee jaar geboren (tussen augustus 1748 en juli 1750) en alle drie overleden ze in dezelfde periode. Daarom ging Maria Anna in de zomer van 1750 vier dagen kuren in Bad Gastein.

 

Het deed haar blijkbaar goed, want het volgende kind werd binnen een jaar geboren. Maria Anna Walburga Ignatia, geboren op 31 juli 1751, beter bekend onder de naam Nannerl. Zij zou achtenzeventig worden.

 

Tussen 1752 en 1754 werden weer twee kinderen geboren die stierven.

 

Op 27 januari 1756 kreeg Anna Maria haar zevende en laatste kind: Johann Chrysostomus Wolfgang Theophilus. Deze laatste naam betekent ‘geliefd door God’ en zou in Wolfgangs leven in andere vormen met dezelfde betekenis verschijnen; eerst als Gottlieb en later als Amadeus.

 

Nannerl en Wolfgang gingen niet naar school. Ze werden onderwezen door Leopold. Hij leerde hen lezen en schrijven, rekenen en wat geschiedenis en aardrijkskunde. En muziek. Al gauw beseften de ouders dat hun beide kinderen buitengewoon begaafd waren. Nannerl speelde klavier en Wolfgang speelde viool. Maar al snel was dat niet meer genoeg voor hem, omdat ook hij gefascineerd was door het klavier.

 

Toen Nannerl zeven was, kreeg ze muziekles van haar vader en hij stelde een muziekboekje voor haar samen. Blijkbaar begon de kleine Wolfgang, die pas vier was, die stukjes ook te spelen.

 

Vanaf zijn vijfde componeerde hij kleine stukjes en speelde ze voor aan Leopold, die ze opschreef.

 

In 1762, toen Wolfgang zes was en Nannerl tien, reisden ze naar München en speelden voor keurvorst Maximiliaan III. Aangemoedigd door het succes gingen ze in september van dat jaar naar Wenen, waar ze zelfs voor keizerin Maria Theresia speelden op Schönbrunn.

 

De reis was zo succesvol dat de familie Mozart nog een aantal reizen door Europa zou maken waarbij de kinderen optraden. In 1765 was het gezin in Den Haag. De kinderen waren op die reizen op elkaar aangewezen en vermaakten elkaar met spelletjes en schiepen hun eigen fantasiewereld. Het was pas veel later dat die hechte band tussen broer en zus verbroken werd, misschien wel omdat Nannerl Constanze nooit helemaal accepteerde.

 

Met zijn vader had Wolfgang een hechte band, die zelfs bijna eng te noemen is. Leopold bepaalde lang Wolfgangs doen en laten. Eerst is er God en dan papa, schijnt hij vaak te hebben verkondigd. In 1769 gingen ze samen naar Italië. De twee vrouwen bleven thuis, tot groot verdriet van Nannerl. Behalve dat het te veel kostte om moeder en dochter mee te nemen, was Nannerl nu ook op een huwbare leeftijd gekomen en haar talenten werden voortaan genegeerd terwijl die van haar broer werden benut en bevorderd. Toch was zij trots op en blij voor Wolfgang.

 

Leopold en Wolfgang gingen drie keer naar Italië zonder de vrouwen Mozart.

 

Pas toen deze reizen en een bezoek aan Wenen Wolfgang geen baan opleverden, verhuisde het gezin naar een grotere woning in Salzburg. Ze gingen wonen in het Tanzmeisterhaus aan het Hannibalplatz (nu Markartplatz en te bezichtigen als museum).

 

In 1777, toen Wolfgang eenentwintig jaar was, besloot Leopold dat hij nog maar een keer op reis moest gaan. Maar hij vertrouwde hem niet en liet hem niet alleen gaan. Deze keer stuurde hij Anna Maria mee en bleef zelf thuis bij Nannerl. Het plan was om drie grote muzieksteden München, Mannheim en Parijs aan te doen.

 

Deze reis was het omslagpunt in de verhouding tussen vader en zoon. Moeder Mozart was veel zachter van aard en niet opgewassen tegen de grillen van Wolfgang. Knarsetandend moest Leopold werkeloos toekijken vanuit Salzburg hoe Wolfgang zijn reis naar Parijs steeds weer uitstelde en in Mannheim bleef hangen omdat hij daar Aloisia Weber en haar ouders en zussen had ontmoet.

 

Toen Wolfgang uiteindelijk luisterde en doorreisde naar Parijs, was de winter voorbij en had hij nauwelijks iets verdiend.

 

Op 3 juli 1778 stierf Anna Maria, in Parijs. Leopold overleefde haar vele jaren: hij stierf op 28 mei 1787 in Salzburg. Hij ligt begraven op hetzelfde kerkhof bij de Sankt Sebastian, in het familiegraf van de Mozarts, net als zijn schoondochter Constanze.

 

 

Terug naar boven